Blog - Tussenstand: Pers en politiek, de splinter en de balk

Tussenstand: Pers en politiek, de splinter en de balk
Deze week Revue van Ruud Gielens gezien in de KVS. Ouderwets politiek cabaret met onder meer teksten van Bertolt Brecht. "Nog nooit was België zo breekbaar", vatte de programmabrochure de opzet samen. "Nog nooit heeft het populisme zozeer hoogtij gevierd. Leven we nog wel in een echte democratie?"
Al pratend, zingend en dansend - zo beloofde Gielens ons - zouden de acteurs (ze speelden pratende, zingende en dansende maar toch vooral lallende volksvertegenwoordigers) ons een antwoord bieden op dat soort indringende vragen. Goed gelachen, dat wel, maar er toch een kater aan overgehouden. Je had niet het gevoel dat er over politiek ten gronde iets werd gezegd. Er werd nogal gesurft op de golven van het misprijzen dat, toegegeven, de Wetstraat het afgelopen jaar ook wel over zichzelf heeft afgeroepen. Er werd net iets te kwistig met karikaturen gestrooid in de schouwburg. Soms leek het antipolitiek voor intellectuelen.
Maar laten we de theatermakers niet met de vinger wijzen. Nee, laten we het even over de balk in het eigen oog hebben. En over de splinter in het oog van de politiek. Of andersom: de balk in het oog van Leterme, de splinter in die van de journalist. De pers dus. Die vierde macht waarvan Tony Blair bij zijn afscheid zei dat ze de politici als poppetjes aan een touwtje laat dansen. "Omgaan met de pers slorpt nu een aanzienlijk deel van onze tijd op. Hun uitstraling en gewicht, hun reikwijdte en hyperactiviteit wegen meer en meer op onze job. Je moet bovendien op al hun berichten reageren in realtime."
Dat vinden ze er ook in de Wetstraat van. Alleen zeggen ze dat niet, of nog niet zo luid, omdat ze van verkiezing naar verkiezing de pers zoveel nodig hebben als de pers de politici. Nooit zal ondergetekende vergeten hoe toppolitici in 2003 in de coulissen van Doe de stemtest stonden te klagen over het infotainment, maar zodra de camera draaide toch weer allemaal braaf hun rolletje speelden. De politici die ons en u, geachte publieke opinie, een jaar lang in spanning hebben gehouden over hun ware bedoelingen, diezelfde politici die maandenlang de pers gebruikten (en já, we lieten ons graag gebruiken) om elkaar zwart te maken, die politici dus hebben nu besloten dat het genoeg is geweest met die lastige pottenkijkers.
Want er is nu Nieuws! Er wordt onderhandeld in de Wetstraat! Waarover? Dat mogen we nog even niet weten. Waarom niet? Om de onderhandelingen niet te schaden. De Wetstraat zal de komende weken proberen de gaatjes te dichten van een jaar lang zeefdemocratie.
Senator Pol Van den Driessche (CD&V) roept op tot een "pax media politica". Het liefst ziet hij Bart De Wever en co hun Blackberry's bij het betreden van de onderhandelingsruimte inleveren. Zegt dus Van den Driessche, in een vorig leven Wetstraatrat par excellence, de snelste en vinnigste, de eerste om lont te ruiken en desnoods zelf vuurtjes te stoken. Nu doet hij een beroep op de verantwoordelijkheidszin van de pers "om een politieke regimecrisis en chaos" te verhinderen. It takes two to tango, denk je dan.
Zonder te willen vervallen in het spelletje van 'wie is er begonnen?': enige kritische en zelfkritische kanttekeningen. Ja, pers en politiek zijn soms in een infernaal circus verwikkeld. Er is veel pers die veel nieuws wil maken, het gild jaagt elkaar op en in de vierkante kilometer Wetstraat jaagt het met zijn allen de politici op. Er is een pers die al lang niet meer aanhorig is aan politieke of ideologische groepen, laat staan aan partijen. Dat maakt de politici lastig. Die pers luistert naar de wetten van de journalistieke onafhankelijkheid. Onafhankelijkheid die evenwel - we moeten er niet flauw over doen - gekleurd wordt door de commerciële context.
Het is waar, wij journalisten geselen de politici soms met een sardonisch genoegen. We verwarren dat wel eens met kritische journalistiek. We halen de schouders op als sporthelden over de schreef gaan, van politici keren we de minste faux pas tien keer om. We staan klaar met het vingertje als politici het ook maar aandurven om eens een kandidaat voor een topfunctie aan de overheid aan te bevelen. Zelf leggen we aan niemand verantwoording af, of het moet indirect zijn aan de aandeelhouders en aan de lezers en de kijkers wanneer die eens een dagje liever de concurrentie bekijken of lezen. O ja, er is ook de Raad voor Journalistiek. Maar die is in niets te vergelijken met de scherprechters voor wie politici zich bij en tussen verkiezingen moeten presenteren.
Het is waar dat we ons bij elk woord van een politicus dat naar enige inhoud neigt, direct afvragen wat daar mogelijk wel het persoonlijke of partijbelang van mag zijn. En dat we graag frasen bezigen als 'X fluit Y terug' en 'Y vangt Z vliegen af'. We jagen de politici op met flutpeilingen en als die politici zich daardoor laten opjagen, kastijden we ze een tweede keer, want dan zijn het populisten. En laten ze zich er níét door opjagen, dan lamenteren we dat ze "het signaal van de burger" negeren.
Volstaat dit als mea culpa? Prima, laten we het dan ook eens over de politici hebben. Dat volkje dat een pruillip trekt omdat de pers geen oog zou hebben voor inhoud en ideeën, maar intussen de eigen strategische spelletjes tot ver voorbij de grenzen van de elementaire geloofwaardigheid minimaliseert. Dat volkje dat echt kritische journalistiek wegwuift en de openbaarheid van (het vanzelfsprekend goede) bestuur schuwt. Het volkje ook dat in eigen rangen bij de vorming van lijsten genadeloos kan zijn voor soortgenoten die niet... mediageniek genoeg zijn.
Politici zuchten vaak over 'foute' berichtgeving, maar ze houden zelf wel de deuren dicht als het hen uitkomt. Het is waar dat politieke besluitvorming een zekere discretie vereist. Maar die gewenste discretie grensde de afgelopen maanden vaak aan regelrechte non-communicatie. Een houding die overigens in schril contrast staat met de geilheid waarmee diezelfde politici de media in campagnetijden opzoeken. Dan grijpen ze maar wat graag naar de megafoons die micro en camera zijn, maar dan wel het liefst om ze op hun eigen voorwaarden te bedienen.
Op meer dan één vlak zijn Leterme en co de afgelopen maanden vervaarlijk dicht bij een grens gekomen die in minder democratische regimes wel eens overschreden wordt. Het recht op vrije nieuwsgaring werd gefnuikt en, nog crucialer, de informatieplicht van de pers werd bemoeilijkt.
Het punt is dat we elkaar niet serieus nemen. En dat we beiden wel eens, vaak, aanleiding geven om dat te doen. De relatie tussen pers en politiek is verzuurd. De roep naar een zelfonderzoek bij de pers (zoals de politiek dat in de jaren negentig met wisselend succes bij zichzelf heeft gedaan) is legitiem, maar het debat wordt bemoeilijkt door een wederzijds jezuïtisme. Politici die wél eens hun ongezouten mening over de pers durven te vertolken, zijn doorgaans mensen die die pers nooit mee hebben gehad. Of die dat wel hadden, maar het niet verteren dat ze, na eerst te zijn gemaakt, ook werden gekraakt. Dat maakte met name de wijze lessen van Tony Blair zo ongeloofwaardig. Aan de andere kant wordt de zelfreflectie bemoeilijkt door een hardnekkig corporatisme. De pers is een scherprechter voor politiek en andere instellingen, maar is heel slecht in zelfkritiek. Wie zich daar vanuit het gild toch aan waagt, is al snel een nestbevuiler.
Bref, als de relatie tussen pers en politiek zo verzuurd is, is dat beider verantwoordelijkheid. Jean-Luc Dehaene was daar correct in. Hij bewaakte zijn keuken streng en de journalist die er toch in geraakte, kreeg een snauw, maar werd wel vaak geprezen voor het lef. Chapeau, ieder zijn vak. Guy Verhofstadt kon niet om met kritische journalistiek. Wie hem niet volgde in zijn goednieuwsshow of in de mythe van de opendebatcultuur, was d'office een tsjeef en/of een verzuurde. Yves Leterme kan evenmin om met kritische journalistiek, en hij steekt het niet weg. Bizar is dat de premier de afgelopen maanden al vaak over de hekel is gehaald, maar dat er deze week geen halve noot kritiek te horen was voor zijn als premier toch wel hoogst discutabel partisaan optreden voor de betogende boeren. De man is in het verleden al met minder bewijslast een populist genoemd.
Een "pax media politica" klinkt goed, maar dan niet op commando en als het zo uitkomt. Het is te hopen dat er, als de Wetstraat ooit nog eens in kalmer vaarwater belandt, wat afkoeling komt. Van politiek en pers. Zodat we deze maandenlange revue kunnen afvoeren voor het betere politieke toneel. We willen ook na 15 juli toch zeker nog allemaal in een echte democratie wakker worden, niet?
Dit stuk verscheen in De Morgen op 21 juli 2008.
Reacties: 1
Ik vind van niet.
Laat ons eens de geciteerde Belgische politici op een rij zetten: Leterme, De Wever, Dehaene, Van den Driessche, en inderdaad ook Verhofstadt.
Dit soort "evenwicht" is tekenend voor wat in De Morgen doorgaans is te lezen, wellicht wegens "de hoger opgeleide, veelal stedelijke en beter verdienende stemmers cq lezers" .
Overigens klinkt dit artikel als een scheet in een fles. Het heeft daarmee ook gemeen dat de impact niet verder reikt dan de neus van de 'dader'.


rss

















