Blog - "De veerkracht van mensen in oorlogssituaties verbaast me nog altijd."

"De veerkracht van mensen in oorlogssituaties verbaast me nog altijd."
"De olympische leugen", "Mongolië's Ninja Goud", "India's strontrapers", "Afghanistan van achter een sluier", "Scientology is geen sekte", "Bangladesh verdrinkt" ... Enkele titels van de reportages waar het Canvasprogramma 'Vranckx' ons in 2008 op trakteerde. Indringende, beklijvende reportages. Gepresenteerd door de VRT- journalist die ons als geen ander het Midden Oosten heeft leren kennen: Rudi Vranckx.
"Met 'Vranckx' lijkt Canvas op zaterdag zijn ware opdracht en roeping te hebben gevonden" schreef oud-De Standaard-journalist Huib De Jonghe in 'Cinemagie'.
"Wel ja" beaamt Rudi Vranckx, als we hem die lovende woorden voorleggen, "we brengen in ons genre echt wel het beste van wat er gemaakt wordt in West-Europa." En met een glimlach: "Dat hoop ik toch."
En wat is dat: "ons genre"? Waarin verschilt 'Vranckx' van bijvoorbeeld Panorama?
Rudi Vranckx: "Panorama brengt meer de zogenaamde 'current affairs', speelt meer in op de actualiteit en dat in de stijl van een 'dossier'. 'Vranckx' daarentegen is minder afhankelijk van de actualiteit. Het is ook eigenzinniger, scherper, meer confronterend. Het kan subjectiever zijn, is minder gebonden aan het streven naar neutraliteit. In Vranckx krijg je werkstukken waarin de reporter zelf in beeld komt. Hij of zij geeft ons een eigen visie. En met die stijl kan je soms dingen aankaarten - zoals in het BBC-programma over Scientology - op een manier zoals je dat in de naar objectiviteit strevende dossierdocumentaire niet kan. Maar we moeten opletten dat het niet een rariteitenkabinet wordt. Alle uitzendingen moeten een maatschappelijke relevantie hebben.
We hebben dus een andere stijl en een andere inhoud dan Panorama. Alhoewel het gezegd moet worden, dat Panorama in onze richting opschuift. Het is een stijl die opgang maakt: reportages met de maker zelf in beeld. Dat past in de algemene tendens in de media tot personalisering. Het is blijkbaar belangrijk voor de kijker dat je de maker en zijn betrokkenheid voelt. Dat spreekt meer aan. Soms vind ik wel dat reporters iets te hektisch in hun programma's tussenkomen - zoals in "De Olympische Leugen". Daarin mengde de Britse reporter zich in Peking heel sterk in het verzet van de mensen die omwille van de bouw van sportstadions hun huis zagen afgebroken worden. Ik verkies toch iets meer terughoudendheid."
Waar vinden jullie je reportages?
Rudi Vranckx: "Het is aankoper Luc Verreth die de internationale beurzen afschuimt (Berlijn, Cannes ...) en die ook veel materiaal toegezonden krijgt. En er is nog een tweede man die Verreth helpt en ook ik zelf werk mee aan de selectie van wat we finaal uitzenden. In het aanbod aan internationale televisie-reportages en documentaires kan je eigenlijk drie groepen onderscheiden. Ten eerste zijn er de "50 minuters", die in Panorama en ook in BBC-Panorama worden uitgezonden, al dan niet verder ingekort. Dan zijn er de 30-minuten werkstukken en die hebben meteen de geknipte lengte voor Vranckx. En tot slot heb je nog de reportages van 6 tot 15 minuten die onder andere in Koppen en Terzake kunnen opgenomen worden."
Is jullie aanbod niet te Angelsaksisch? Te Brits? Te weinig uit continentaal Europa: Duits, Frans, Skandinavisch ...
Vranckx: "In de zomer hadden we toch ook een 5-tal Franse bijdragen. Maar de Duitse, tja, die liggen ons minder. De Duitse televisie, dat is nog teveel een praatje bij een plaatje. Onze smaak is meer de Angelsaksische maar de Fransen die gaan ook met hun tijd mee."
Als televisiemaker is de naam Rudi Vranckx voor de meeste kijkers onlosmakelijk verbonden aan het Midden Oosten. Vanwaar die interesse voor de moslimwereld ? En wat heb je gestudeerd?
Rudi Vranckx: "Ik studeerde moderne geschiedenis in Leuven en ik behaalde er ook een graduaat in de audiovisuele techniek. Ik heb toen ook op de audiovisuele dienst van de K.U.Leuven gewerkt. Daarna deed ik mee aan één van de megamonsterexamens van de BRT - monsterexamens omdat je daar met een hele grote zaal vol kandidaten zat - en in de herfst van 1988 kon ik bij de VRT beginnen. Eerst heb ik 5 weken voor de radio gewerkt maar omdat in 1989 VTM begon, werd de BRT-nieuwsdienst toen sterk uitgebreid en kon ik voor televisie gaan werken.
Mijn eerste grote buitenlandse opdracht was de revolutie in Roemenië. Echte oorlogsjournalistiek. Daar is toen ook een collega van VTM omgekomen, Danny Huwé. Thuis hadden ze toen even schrik. Op de radio werd eerst gemeld dat er een Belgisch journalist in Roemenië was doodgeschoten, maar niet om wie het ging.
In 1991 kwam de eerste Golfoorlog. Al in Leuven had ik interesse gekregen voor het Midden-Oosten. Hét grote conflict van onze tijd speelt zich daar af. Als je geschiedenis gestudeerd hebt, wil je ook die geschiedenis mee maken."
Je zou ook als archeoloog in de geschiedenis kunnen graven?
Vranckx: "Ja en daar ben ik ook in geïnteresseerd en daar heb ik ook een reportage over gemaakt. Maar ik vind het wel een stuk interessanter om er bij te zijn als er geschiedenis gemaakt wordt. Die drang is er altijd. Hoedanook, in het Midden-Oosten heb ik het Vredesproces gevolgd tussen Israëli en Palestijnen. Daarna kwam het uiteenvallen van Joegoslavië. Ik ben ook een paar keer in Congo geweest en vanaf 9/11 was er dan de oorlog tegen het terrorisme waar alles om ging draaien."
Hebben we ons niet te veel op 9/11 verkeken en ondertussen bijvoorbeeld de opgang van China gemist?
Vranckx: "China heb ik tijdens mijn eerste jaar op de VRT gevolgd. Het was de tijd van het bloedbad op Tien An Men. Later werd ik dan getipt als VRT- correspondent voor het Verre Oosten, maar dat is niet doorgegaan en nu is Tom Van De Weghe er onze correspondent. Ik ben me dan meer en meer met het terrorisme gaan bezig houden."
Dragen de media er niet toe bij dat de terreurdreiging enorm opgeklopt wordt? Een voorbeeld: in 2006 vroeg ik in Mechelen aan 150 hogeschoolstudenten wat ze de 5 belangrijkste bedreigingen vonden voor de wereld. Bij zo'n 100-tal stond terrorisme op 1. Terwijl het milieu toch veel belangrijker is.
Vranckx: "Inderdaad, nu is het terrorisme niet meer het eerste probleem. Nu is het milieu het belangrijkste probleem. Maar moeten we het terrorisme doodzwijgen ? Ik denk dat we zeker niet de angstgevoelens moeten versterken maar dat we drie diengen moeten uitleggen. Ten eerste: het gaat inderdaad om een klein percentage van moslims die er mee bezig is. Twee: de meeste slachtoffers zijn zelf moslims En drie: het is niet zozeer een oorlog tussen ons en hen maar een oorlog binnen de moslimwereld. Ik probeer het terrorisme ook altijd in zijn geheel te bekijken, over de grenzen heen."
Zou televisie in het algemeen niet meer die mensen die naar verzoening streven, aan bod moeten laten komen in plaats van altijd weer gewelddadige evenmenten uit te vergroten ?
Vranckx: "Wat komt er in het nieuws ? Mensen die oveleg plegen of een nieuwe aanslag ? De aanslag ! Dan is het onze taak daar duiding bij te brengen. Om te tonen bijvoorbeeld dat voor veel moslims Bush overkomt als een even grote bedreiging als Bin Laden dat voor ons lijkt te zijn. De ene is met terreur bezig, de ander laat bombarderen. Wat is het verschil ? Waar halen zowel Bush als Bin Laden het recht om ander mensen massaal veel leed aan te doen ?
De grote uitdaging is om ons in te leven in hoe de ander het ziet. We moeten de ontwikkelingen trachten te bekijken van uit een Arabisch standpunt. Zij zien wat er nu gaande is als een nieuwe kruistocht. Waarom ? Dat moeten we trachten te begrijpen. Verder kan ik als journalist niet gaan."
Hoe zie jij in het algemeen de relatie evolueren tussen het 'Westen' en de 'moslimwereld' ?
Vranckx: "Als het verder gaat zoals nu, loop het niet goed af. Er zijn extremen aan beide kanten. Neem nu wat Wilders in Nederland deed met zijn film Fitna; zo maakt hij de kloof alleen maar dieper. De vraag is: hoe kan de politieke islam verzoend worden met de moderniteit ?"
Is dat mogelijk ?
Vranckx: "Ik hoop van wel. Als je daar niet in gelooft, dan is het hopeloos. Dan rest ons alleen nog de optie van het uit te vechten."
We hebben nu gesproken over de extremen aan beide kanten, maar zien we niet een heel belangrijke kracht voor de vrede over het hoofd ?
Vranckx: "Er zijn de UNDP-rapporten waarin intellectuelen uit de Arabische wereld zelf kritiek geven op wat er fout loopt in hun samenlevingen: al de dictaturen in de Arabische landen, de vrouwen die te weinig rechten hebben waardoor je de creativiteit van de helft van de bevolking uitsluit ... Dat ze daar zelf op wijzen, dat is belangrijk en dat kritisch denken, dat moeten wij steunen. Maar dat is een werk van lange adem."
Ik doelde niet op de intellectuelen. Is het niet veel belangrijker dat overal ter wereld, ook bij de Arabieren, de meeste mensen gewoon een goed leven willen leiden, voor hen zelf en hun kinderen?!
Vranckx: "Inderdaad, dat is wat de gewone mens wil."
Moet je die vredeswil niet meer in beeld brengen, door bv. reportages over de Israëlische vredesbeweging?
Vranckx: "Die beweging is nu wel over haar hoogtepunt heen. En we hebben daar vroeger reportages over gemaakt hoor. Maar dat kan je maar af en toe. Moet je dat systematisch gaan doen ?"
Waarom niet ? We moeten er bv. ook systematisch over waken dat ook vrouwen aan het woord komen.
Vranckx: "Inderdaad, ik probeer dat ook maar dat kan je pas als je eigen reportages kan maken. Terwijl het magazine Vranckx nu uitsluitend uit aangekochte reportages bestaat, maar wél met de bedoeling eigenzinnige programma's te brengen en in te gaan op de mensen. En het internationale aanbod, het dagelijkse aanbod via de satellietuitwisselingen en de persagentschappen, dat is in dat opzicht heel 'mainstream'. Men volgt het evenement - bv. een bomaanslag - en veel minder het verhaal van de mensen erachter."
Je bent toch regelmatig in het buitenland, recent nog in Teheran. Waarom kan je daar niet zelf bijdragen maken voor 'Vranckx'?
Rudi Vranckx: 'Ik was inderdaad in Teheran voor de verkiezingen maar ik moet dan verslag uitbrengen voor verschillende VRT-uitzendingen (Nieuws, Koppen, Terzake ...) én voor het Nederlandse NOVA. Er is op dat moment geen tijd en ook geen geld om daar ook nog een langere reportage te draaien."
Wat heeft jou op je buitenlandse missies in al die jaren zoal het meest aangegrepen?
Vranckx: "De inval van de Amerikanen in Irak. Het Vietnam van deze tijd. We zijn 5 dagen na het begin van de invasie de Amerikanen achterna getrokken en hebben de hele veroveringstocht van nabij meegemaakt. Je zag daar echt een land veroverd worden. Ook in Afghanistan zijn we na de Amerikaanse inval, van Jallalabad tot Kaboel door het land getrokken. Wat we in Irak en Aghanistan aan intensiteit hebben meegemaakt, is onbeschrijfelijk. En belangrijk: we bekeken het vanuit de ogen van de plaatselijke bevolking. We sliepen bijvoorbeeld twee weken in Kaboel bij een man die in de gevangenis gezeten had. We hebben die oorlogen dus meegemaakt niet aan de kant van de Amerikanen, niet als "embedded journalists", maar aan de kant van de gewone mensen. En de menselijke contacten waren enorm intensief. Met name met je tolk bouw je een vertrouwensband op."
Hou je ook nadien nog contact?
Vranckx: "Ja. In Irak en Palestina hou ik contact met de mensen die ik er leerde kennen en ik ga er regelmatig naar toe en zoek hen dan op."
Hebben die oorlogen je als mens veranderd ? Ben je niet een stuk cynischer geworden ?
Vranckx: "Als je te veel eelt op je ziel krijgt, moet je er mee stoppen. Als ik niet meer verontwaardigd ben, hou ik er mee op. Cynisme tref je wel bij veel oorlogsjournalisten aan maar het wordt overdreven; het is een soort mythe geworden."
Zijn er niet van die momenten dat je al het leed dat je te slikken krijgt, niet meer aan kunt ?
Vranckx: "Je moet wat je ziet kunnen filteren."
Maar zo'n oorlog en de menselijke tragedies ervan, daar kan je toch niet zomaar afstand van nemen ?
Vranckx: "Ik kan dat. Maar toegegeven, soms krijg ik het een tijd nadien harder te verduren dan op het moment zelf. Zo bijvoorbeeld bij de grote aardbeving zomer 1999 in Turkije. In Istanbul vielen toen 15.000 tot 20.000 doden. Je zag lijken her en der op straat. De machteloosheid die je dan voelt ... Er was toen ook in mijn eigen familie iemand stervende. Dan lopen die twee werelden in elkaar over en dat was hard.
Iets anders wat ik een half jaar heb meegesleept was het drama van de Koerden die de bergen in gevlucht waren voor Saddam.
Maar de veerkracht van mensen in oorlogssituaties, dat verbaast me nog altijd. Hoe sterk mensen kunnen zijn. Alsook de vriendschap die ik bij mensen ontmoet heb in de meest barre situaties. Plus de loyauteit. Als een Al Zarqawi (Irak) op het hoofd van elke journalist een premie van een miljoen euro zette, dan moet je heel sterk kunnen rekenen op de mensen met wie je optrekt.
Er is de gastvrijheid ook. Zonder enige reserve. Totaal. Dat kennen wij niet meer.
Verbazingwekkend voor ons is ook de levenskracht die moslims uit hun geloof putten. Ik herinner me een man wiens familie was omgekomen bij een bombardement. Maar hij had één dochter overgehouden én daar dankte hij Allah voor."
Leidt dat sterke geloof in Allah bij veel moslims niet tot passiviteit, tot fatalisme ? "Inch Allah" ... Ze laten het allemaal van God afhangen ...
Vranckx: "Neen, ik gebruik dat zinnetje ook. Maar je moet het anders begrijpen: het betekent dat je datgene wat toch aan je controle ontsnapt, wat je niet controleren kunt, dat je dat aan het lot overlaat."
Interview: Jan-Pieter Everaerts
Dit interview verscheen eerder in DOCU TV 248


rss

















