Blog - Weg met nostalgie

Weg met nostalgie
De krantenwereld maakt een crisis door. Het is hoog tijd dat de kwaliteitskranten inspelen op de snel veranderende realiteit en zich aanpassen aan een wereld die wordt geregeerd door het internet, vindt Peter Vandermeersch.
Corelio, de groep die onder meer deze krant uitgeeft, kondigde vorige week aan dat ze van plan is om banen te schrappen. Ook bij onze collega's van De Morgen wordt er in de redactie geschrapt. De Telegraaf, Nederlands grootste krant, houdt rekening met een verlies van meer dan tweehonderd banen. Le Monde, Frankrijks gedrukte vlaggenschip, lijdt zware verliezen. De Britse kwaliteitskranten The Independent, The Guardian, The Times en The Financial Times zijn verlieslatend. The Los Angeles Times en The Chicago Tribune, twee van Amerika's meest gerespecteerde kranten, staan op de rand van het bankroet.
Neen, het is niet overdreven om te zeggen dat de krantenwereld de fundamenteelste crisis uit haar bestaan doormaakt. Tot enkele jaren geleden werd gedacht dat de kwaliteitskranten wel aan de crisis zouden ontsnappen - het waren enkel de populaire kranten, zo redeneerde men, die door de televisie overbodig werden gemaakt. Nu groeit meer en meer het besef dat ook kranten als NRC Handelsblad en De Volkskrant in gevaar zijn.
Twee journalisten van deze Nederlandse topkranten, die weliswaar door hetzelfde PCM-concern worden uitgegeven, maar elkaar om zo te zeggen bijna letterlijk naar het leven staan, sloegen de handen in elkaar om een boek te schrijven over 'de toekomst van de kwaliteitsjournalistiek'. De krant moet kiezen heet het lezenswaardige werk van Warna Oosterbaan, wetenschapsredacteur van NRC en Hans Wansink, politiek commentator van De Volkskrant.
De twee brengen de crisis van de kwaliteitskranten bijzonder goed in beeld. Ja, de kwaliteit van kranten is de jongste decennia toegenomen. En ja, de kranten zijn journalistiek autonomer en professioneler. Maar de publieke waardering neemt af. In Nederland, Frankrijk, België, Duitsland, en Groot-Brittannië zien de auteurs vooral dalende oplagen, stijgende kritiek op de journalistiek, twijfel over de technologische toekomst (is het einde van de papieren krant in zicht?), commerciële onzekerheid (valt er met internet geld te verdienen?) en zelfs existentiële vragen (in hoeverre is het publiek, in het bijzonder de jongere lezer, nog geïnteresseerd in traditioneel krantennieuws?)
Niet ten onrechte luiden de twee auteurs de noodklok. 'Het risico bestaat dat onder druk van de vrije markt dure vormen van journalistiek (onderzoek, analyse, buitenlandse correspondenten) worden ingewisseld voor goedkope vormen (kopij van persbureaus, freelancers en voorlichters, opinies)'. Nog: 'Slow journalism - studeren, onderzoeken, analyseren, achtergrondgesprekken voeren - komt algauw in de knel.'
Als grote schuldigen voor de achteruitgang van de kwaliteitsjournalistiek komen Oosterbaan en Wansink uit bij televisie en internet. Die ondermijnen in hun ogen het concept van de krant als samenhangend geheel van informatie, analyse en commentaar dat de lezer vaste grond onder de voeten kan geven. Vooral met bloggers en allerlei schrijvelaars op het internet lopen de auteurs niet hoog op.
Maar welk antwoord moeten de kwaliteitskranten dan bieden? Oosterbaan en Wansink blijven hier jammer genoeg steken bij te klassieke en te beperkte antwoorden. De journalistiek moet haar zelfvertrouwen terugwinnen, zo luidt het. Ze moet leesbaar en toegankelijk zijn, degelijk, geëngageerd en onafhankelijk. Ja, dat zal allemaal wel. Maar dit antwoord is net iets te theoretisch en te naïef. Want ondanks dat alles lopen de oplagen terug, zijn steeds minder lezers bereid om te betalen voor nieuws en analyses, maken blogs op het internet en mobiele sites steeds nadrukkelijker deel uit van de mediabeleving van de burger.
Daarin berust de zwakte van het boek van de Nederlandse collega's. Eigenlijk dromen ze van een terugkeer naar het medialand van de jaren negentig. Een medialand waarin het internet niet bestond en informatie eenmaal per dag op ernstige broadsheets in de bus viel. Een medialand waarin de lezer las, en niet schreef. Een geordend medialand waarin de journalisten van de kwaliteitskranten 'slow journalism' rustig konden verwarren met 'luie journalistiek'. Een medialand waarin de waarheid die van de kwaliteitskranten was.
Als de krant moet kiezen, is het niet de weg van nostalgie naar dat voorgoed verloren medialand. Integendeel. Ze moet net sneller de nieuwe realiteit onder ogen zien. Dat is er een van compactere kranten en van meer nieuws op maat, van journalistiek in woord én in beeld, van professionele journalistiek én burgerjournalistiek, van één deadline per krantendag en vele deadlines per internetdag, van de korte sprint op de mobiele site en de duurloop in de weekendkrant.
Aan kwaliteitsjournalistiek - juiste feiten, grondige inzichten, diepgaande analyse en scherpe commentaar - zal meer dan ooit nood zijn in de volgende decennia. Maar het zou bijzonder fout zijn die te beperken tot gedrukte kranten. Het zal aan de redacties van de kwaliteitskranten zijn om te bewijzen dat zij hun professionalisme ook op vele andere platformen kunnen uitspelen. De toekomst van de krant is zeer onzeker. Die van de kwaliteitsjournalistiek is schitterender dan ooit.
WARNA OOSTERBAAN & HANS WANSINK
De krant moet kiezen. De toekomst van de kwaliteitsjournalistiek.www.fo
Prometheus, 198 blz., €19,95.
Bestel het boek hier.
Koop een boek via onze site en bespaar 5 procent!
Als u lid bent van het Fonds Pascal Decroos, bespaart u zelfs tot 15 procent!
Dit artikel verscheen eerder in De Standaard.


rss

















