Blog - Halt aan de media-islam

Halt aan de media-islam
Terwijl de discussie over het 'schijnhuwelijk' van Ali en Safiya woedt, worden er ook kritische vragen gesteld over het programma van Annemie Struyf zelf. 'Hang “in godsnaam, eens een genuanceerd beeld op', schrijft Katleen De Ridder.
Meer dan 1 miljoen mensen keken maandag naar de nieuwe reportagereeks van journaliste Annemie Struyf op Eén. In de eerste aflevering volgde ze een tot moslima bekeerde jonge vrouw. De reportage was zonder meer goed gemaakt en trachtte een portret te schetsen van de moslima en de uitdagingen waarmee ze te maken kreeg. Toch bleef In Godsnaam willens nillens hangen in het clichébeeld rond moslims dat nu al jarenlang de media domineert: conservatief en met weinig vrijheid voor de vrouw. Daarom zal het merendeel van de 1,05 miljoen kijkers bevestigd worden in zijn vooroordelen over de islam. Dus waarom klopt Annemie Struyf zich op de borst voor weeral een 'dappere' reportage over deze godsdienst?
Laten we één ding duidelijk stellen: onze kritiek is geen waardeoordeel over het conservatisme dat in de reportage wordt getoond. Dit is inderdaad een bestaande stroming in de maatschappij en in de godsdienst. Wat moeilijker te vatten blijkt, is waarom louter deze strekking naar boven komt telkens de islam in beeld gebracht wordt. En dat terwijl er onder moslims zoveel variatie is. Een variatie die nauwelijks het scherm haalt en daarom hardnekkige mythes die leven bij de Vlaming niet kan doorprikken.
Politicoloog Sami Zemni sprak op dat vlak al over een het verschil tussen een islam met vele gezichten, zoals die in ons land alle dagen wordt beleden, en een 'media-islam'. In Godsnaam was een uitgelezen kans om die eerste interpretatie uit te spitten en zo een werkelijk vernieuwend en inzichtelijk programma te maken. Helaas kozen de makers weer eens voor de gemakkelijke weg. Net zoals dat bij eerdere reportagereeksen als De weg naar Mekka al het geval was.
Een bijkomend, en zo mogelijk nog groter probleem, is dat Annemie Struyf er prat op gaat dat ze een grensverleggend, moedig programma heeft gemaakt. Het is onmogelijk om daar geen denigrerende ondertoon in te bespeuren. 'Wij durven het verhaal van deze jonge moslima tenminste te vertellen,' suggereert de journaliste. Alsof er in Vlaanderen geen taboeloos gesprek mogelijk is over de islam. Alleen al op de opiniepagina's van De Standaard verschenen het voorbije jaar tientallen ongezouten meningen over de islam. Over het ganse Vlaamse medialandschap verspreid zijn dit er honderden. Alleen blijkt uit die opinies dat vooral de luid roepende en hard schoppende opiniemakers aan bod komen. Meer genuanceerde meningen zijn zeldzamer.
In Godsnaam sluit, kortom, naadloos aan bij een jammerlijke traditie die de negatieve en conservatieve beeldvorming rond moslims in stand houdt. Dit straalt onterecht af op honderdduizenden moslims in ons land, die zo eens te meer in een clichéhokje geduwd worden. Annemie Struyf en haar reportageteam hadden een eerste aanzet kunnen geven om dat heersende beeld recht te trekken en te nuanceren. Die kans werd - niet voor het eerst - hopeloos gemist.
Maar zijn die vertekeningen sowieso niet schering en inslag in de hedendaagse media? En moeten we ons er nu eenmaal bij neerleggen dat kranten en tv schrijven en tonen wat het publiek van hen verwacht? Nee, in dat defaitistisch denken willen we niet meegaan. Dat kunnen we ons niet veroorloven bij etnisch-culturele minderheden. Zij staan nu al te vaak in de hoek waar de klappen vallen. Lees de armoedecijfers er maar eens op na. Bekijk de werkloosheidsstatistieken eens. Werp eens een blik op de schoolprestaties. Als de media dan ook nog eens keer op keer minderheden (in dit geval moslims) stigmatiseren met voortdurende stereotiepe veralgemeningen, is dat nefast voor het zelfbeeld van een generatie die nu al van alle kanten een identiteitscrisis wordt aangepraat.
Daarom zouden de media zich minder moeten laten verleiden tot eenzijdige berichtgeving, die makkelijk verteert en daarom een grotere kans op goede kijkcijfers geeft. Moslims moeten niet in de marge opgevoerd worden, maar verdienen een mainstreambenadering. Focus bijvoorbeeld niet op verschillen of een clash tussen culturen, maar op gelijkenissen. Enkel zo kunnen we voorkomen dat het islamdebat telkens weer oplaait wanneer een nieuwe reportage of opinie over het onderwerp verschijnt. Daar ligt de ware uitdaging voor de journalistiek. Voortdurend op dezelfde nagel hameren en dan zeggen dat er geen debat mogelijks is, dat is immers gemakkelijk. Een correct beeld geven van de honderdduizenden moslims die een weg zoeken tussen de vele richtsnoeren in het leven (waarvan de islam er één is), dat vergt moed.
Auteur: Katleen De Ridder
Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard.
Reacties: 1
Raar, maar uit mijn onderzoek naar de hoofddoek op de werkvloer, in scholen en in openbaar Ambt blijkt iets anders: onder de reacties van lezers zit er inderdaad nogal wat kaf tussen het koren, maar onder de opiniebijdragen in bijv. DS en DM blijkt overduidelijk dat de politiek pseudo-correcte strekking véél meer aandacht krijgt dan de andere strekking. Deze strekking mag daarenboven op grote schaal manipuleren, liegen en bedriegen. Zo kan een prof rechten er ongestoord zijn mening ontwikkelen (tegen elke beperking op de hoofddoek) maar met volstrekte miskenning van alle relevante uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (uitspraken die bepaalde selectieve verboden duidelijk goedkeuren).
Anderzijds is het correct "Meer genuanceerde meningen zijn zeldzamer.".
De suggestie van Baharak Bashar lijkt me daarentegen véél beter dan dit betoog: "Waarom zouden wij zelf daar geen reportage over maken? Het is normaal dat een Vlaming, zelfs al is hij/zij een expert is een andere kijk heeft op Islam.".
Voor meer informatie over dat onderzoek, zie op http://rudidierick.wordpress.com/2009/12/01/islam-en-integratie/.

rss















