Blog - De mythe van de vrije televisiemarkt

De mythe van de vrije televisiemarkt
Maandag 22 februari, 20 u. De zender Exqi Plus van Alfacam – een facilitair bedrijf van topformaat - gaat met vertraging dan toch van start. De boude uitspraken en uitgebreide media-aandacht die hieraan vooraf zijn gegaan, creëerden een hype die doet herinneren aan die historische televisieavond in februari 1989. Toen zat ik samen met enkele medestudenten communicatiewetenschappen verzameld rond het enige televisietoestel dat de vriendenkring rijk was, om getuige te zijn van de openingsavond van VTM, het eerste Vlaamse commerciële televisiestation.
Aan die start waren jaren van politieke en maatschappelijke discussie, enkele fundamentele wetswijzigingen, en maandenlange voorbereidingen en speculaties vooraf gegaan. Een 36 jaar oud openbaar televisiemonopolie wordt nu eenmaal niet iedere dag doorbroken.
Hooggespannen verwachtingen
De verwachtingen waren toen, net als nu, hooggespannen. Die avond keken we eerst een beetje onwennig naar een nieuwsuitzending met een item over een groetenveiling, maar vergaapten ons daarna aan voormalige Miss-en die zingend en in taftajurken van een verlichte trap afdaalden – een spektakel waarvoor we tot dan toe op Nederlandse zenders moesten afstemmen. Toen we ‘s avonds huiswaarts keerden, waren de meningen verdeeld maar was één ding voor iedereen duidelijk: dit was een historisch moment. De Vlaamse televisie zou nooit meer hetzelfde zijn.
Intussen zijn we gewoon dat er regelmatig op de Vlaamse markt gerichte televisiezenders bijkomen. Net als in de rest van Europa, zag Vlaanderen het aanbod stelselmatig toenemen. Het ‘nieuwe’ en ‘verwonderlijke’ was er snel vanaf. Terwijl de U-bocht constructie bij de start van VT4 - die een Britse licentie aanvroeg om Vlaamse regelgeving te omzeilen –midden jaren 1990 nog ophef maakte, kwamen tal van andere zenders welhaast in stilte het aanbod vervoegen. De meesten wisten op hun eigen manier een stukje van de kijkers- en advertentiemarkt in te pikken. Hierbij waagden ze zich niet aan een dure, generalistische verscheidenheid type één of VTM, maar trachtten een iets nauwer of zelfs nichesegment aan te spreken. Samen met het groeiende aanbod aan buitenlandse zenders en allerlei time-shifting technieken als ‘net gemist’ en video-op-aanvraag, heeft dit er toe geleid dat de Vlaamse televisiekijker welhaast blasé reageert op weer een nieuw kanaal.
Concurrent voor VTM?
Vanwaar dan de hype rond Exqi plus? Is dit terug te brengen tot het charisma van initiatiefnemer Gabriel Fehervari? Fehervari is inderdaad een formidabele figuur die Alfacam wist uit te bouwen tot een gereputeerd facilitair bedrijf van wereldniveau. Zijn televisieambities werden al duidelijk bij de oprichting van de nichezenders Exqi Sport en Exqi Cultuur, al kregen deze lanceringen relatief weinig aandacht. Opschudding ontstond pas toen bleek dat Fehervari met de nieuwe zender niets minder dan de prinsessen van het Vlaamse televisielandschap naar de kroon wil steken. Exqi Plus werd immers aangekondigd als een generalistische zender die de concurrentie met één en VTM wil aangaan. Dat heeft sinds de start van VTM nog niemand aangedurfd!
De economische crisis die adverteerders meteen de vinger op de knip doet leggen, betekende een lelijke tegenvaller. Dit werd echter gerelativeerd als een tijdelijk probleem dat niet opweegt tegen de vooruitzichten van een nieuwe sitcom van Stanny Crets en Peter Van den Begin. Exclusief voor Exqi Plus! Ook enkele recente personeelswissels en een paar kritische reflecties in een aantal kranten slaagden er niet in de verwachtingen te kelderen. En zo was ook ik voor het eerst in jaren nog eens klaar voor een nieuw historisch televisiemoment.
Niet overal in het basispakket
Klein probleem: mijn Brusselse kabelmaatschappij heeft de zender vooralsnog niet in het basispakket zitten. De eerste uitzending van de openbare televisie kon destijds met een goedgeplooide en welgemikte ijzeren kapstok uit de lucht worden geplukt. Het politieke compromis rond VTM zorgde er voor dat het kanaal voor alle kabelmaatschappijen een ‘must carry’ zender werd. Vandaag moet een nieuwe Vlaamse zender strijd leveren met providers voor het broodnodig plaatsje in het basispakket. Die providers zijn vandaag geen ‘onschuldige’ doorgeefluiken, maar machtige spelers, die mee beslissen over leven en dood van nieuwe initiatieven.
Ambitie opgeborgen
En zo beland ik na 21 jaar en 21 dagen opnieuw op de sofa van vrienden om de start van een nieuw station te beleven. Helaas, de ambitie van generalistische zender blijkt (voorlopig?) opgeborgen, ingeruild voor een voorzichtige, minder gevarieerde portaalzender. De programmatie heeft veel weg van de lusstructuur van een regionale televisieomroep door de regelmatige herhaling van het centrale informatieblok. Het oogt allemaal erg mooi (kwaliteitsmerk Alfacam) en sympathiek (vriendelijke presentatrices) maar ook erg voorzichtig (beperkte programmatie), voorspelbaar (referenties naar het bestaande sport- en cultuuraanbod van Exqi) en budgetvriendelijk (betaalbare reality tv in plaats van de dure Crets–Van den Begin sitcom Kiekens). Als ik die avond naar huis ga, is één ding duidelijk: dit was geen historisch moment. Een nieuwe omwenteling in het Vlaamse televisielandschap was deze lancering alvast niet.
Bewijst deze ietwat magere start dat Gabriel Fehervari een flauwe praatjesmaker eerder dan een straffe businessman is? Niet meteen. Het toont eerst en vooral dat de spelregels van de televisiemarkt de voorbije decennia grondig zijn gewijzigd. In de zogenaamde vrije, geliberaliseerde televisiemarkt zijn de condities voor de toegang voor nieuwe spelers steeds zwaarder en de obstakels steeds groter geworden. De macht is bovendien verschoven naar nieuwe spelverdelers waarbij schijnbaar neutrale providers echte gatekeepers zijn geworden. Het maakt kleine of beginnende televisie-initiatieven kwetsbaarder dan ooit.
Auteur: Hilde Van Den Bulck
Dit stuk verscheen eerder op


rss

















