Blog - Als ik de baas zou zijn van het journaal

Als ik de baas zou zijn van het journaal
Hoe staat het met de mediakritiek in Vlaanderen?
Liefst vier mediakritische boeken verschenen er afgelopen week. Het genre bloeit! Maar het heeft ook last van kinderziektes.
De luitjes van 'Kinderen voor Kinderen' hadden makkelijk zingen. 'Als ik de baas zou zijn van het journaal', zo schetteren ze op de soundtrack van mijn jeugd, 'dan werd meteen het nieuws een heel stuk positiever. De hele wereld werd meteen een beetje liever, want ik negeerde alle narigheid totaal.' 1984 was dat, de tijd van Daniël Buyle, Confrontatie en Maurice De Wilde. Sombere tijden, met somber nieuws - belàngrijk nieuws, dat wel, maar 'dat grote mensen graag met bommen willen spelen, da's ouwe koek die krijg je altijd op je bord. Maar wat ik aan de mensen mee zou willen delen, dat is nieuws waarvan je vrolijk wordt.'
Had dat uitgelaten stel kortjakjes kunnen vermoeden dat ze een kwarteeuw later verantwoordelijk gehouden zou worden voor de verbracking van het nieuws? Dat er hele boeken zouden worden volgeschreven over hoe het leutige, lichte en onbelangrijke het écht essentiële van zijn plaats heeft gedrongen? Er is een tandarts in Den Haag die niemand pijn doet bij het boren. Iemand vond de gouden ketting terug die ze had verloren - als je sommige mediacritici mag geloven, is dat soort berichtjes vandaag nog het enige wat de voorpagina's siert. Geen wonder dat half Vlaanderen voor De Wever kiest!
Maar liefst vier boeken verschenen er deze week die zich kritisch buigen over de werking van de media. De laatste jaren lijkt er iets verschoven te zijn: de 'media-omerta' waar Geert Buelens het in zijn kerstessay voor deze krant nog over had - die gewoonte van journalisten om iedereen onder het fileermes te leggen, behalve zichzelf en elkaar - is gebroken. Dat is goed. Maar wie de vier boeken na elkaar leest, ziet ook meteen dé kinderziekte van dit relatief nieuwe genre. Om Pol Deltour te citeren, voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Journalisten, in De vierde onmacht, een van de publicaties: 'Zowel de kritische analyses als de constructief bedoelde voorstellen stuiven alle kanten uit.' De ene vindt dat er te veel licht nieuws gebracht wordt, de ander klaagt het dedain aan waarmee veel 'elitaire' media nog neerkijken op populair nieuws. Er zijn er die de pers te links vinden, anderen vinden ze te rechts. Volgens A heeft de commercialisering het nieuwsaanbod verschraald, B toont dan weer aan dat kranten nog nooit zovéél nieuws gebracht hebben. Waardoor veel journalisten de handen in de lucht gooien: 'Mensen klagen over het nieuws zoals ze klagen over het weer.'
'Ik krijg puisten van dat cafégeleuter'
De eerste vaststelling is dat veel mediakritiek egocentrisch is, en meer gaat over de criticus zelf - zijn stijl, zijn bon mots, zijn smaak - dan over media. Het is, kortom, een zaak van columnisten, die uit louter ijdelheid opgetrokken parasieten van de journalistiek. Het mooi uitgegeven boekje Het verdriet van de mediawatcher van Marc Didden illustreert dat goed. Het mag dan een bundel columns zijn die Didden publiceerde op de mediapagina's van De Morgen, ze gaan evenveel over media als de avonturen van Tom Sawyer. Ze gaan over Didden zelf, en over wat hem ergert. Dat levert stilistisch knappe, maar inhoudelijk nogal magere bespiegelingen op, die vaak niet verder komen dan het louter vaststellen van de ergernis. Leuk voor wie zich toevallig aan hetzelfde ergert.
Maar ook in boeken die wél gaan voor de inhoudelijke analyse, weegt de persoonlijke smaak van de schrijvers erg zwaar door. De vierde onmacht, de tweede bundel mediakritische essays samengesteld door de communicatiewetenschapper Frank Thevissen (de vorige stelde hij samen met Johan Sanctorum), kiest er resoluut voor om alle meningen, visies en strekkingen aan bod te laten komen. Een nobel streven, maar het zorgt aan het eind ook voor verwarring: over òf er iets mis is met het nieuwsaanbod in Vlaanderen, en zo ja, wat? Voor de ene essayist is het volledige medialandschap - tot De Tijd en Het Laatste Nieuws toe, nemen we dan maar aan - sinds 1968 geïnfiltreerd door marxisten, die erin geslaagd zijn het democratisch debat te fnuiken en enkel hun islamosocialistische pensée unique op te dringen, voor de ander moeten de nieuwsmedia uit de vrije markt treden en een alternatief financieringsmodel zoeken, want het huidige op winstmaximalisatie gerichte systeem verstikt de democratie. Walter Zinzen beweert dat er in Vlaanderen, in vergelijking met het buitenland, geen énkele kwaliteitskrant bestaat, Luc Van der Kelen meent dat zijn eigen Het Laatste Nieuws in om het even welk buitenland tot de kwaliteitspers zou worden gerekend.
Wie heeft er gelijk?
Is er dan een kritiek nodig van de mediakritiek? Zo blijf je bezig natuurlijk. En zo verandert er nooit wat, omdat elke hoofdredacteur kan denken: 'Ik krijg puisten van dat cafégeleuter. Hebben die mensen geen vrienden om op café tegen te zagen?'
Het citaat komt uit het boek.
Hoe overstijg ik mezelf?
Nu mediakritiek min of meer aanvaard is, wordt het dan ook belangrijk om de volgende stap te zetten. Hoe zorg je ervoor dat de criticus niet zomaar zijn hoogstpersoonlijke indruk - vaak gekleurd door leeftijd, ideologie en private aanvaringen - 'bewijst' met een paar selectief gekozen voorbeelden? Hoe maak je er een min of meer objectieve, onafhankelijke, genuanceerde discipline van, gelijk aan de sport-, kunst- of politieke kritiek? Als je de journalisten om de oren slaat met hun eigen vergissingen en ideologische vooroordelen, is het dan niet belangrijk om zelf beter te doen? Kortom: wat moet er gebeuren opdat we ook in Vlaanderen mediakritiek zouden kunnen beoefenen zoals die in de Columbia Journalism Review te lezen valt, of zoals die door Nick Davies in zijn Flat earth news (vertaald als Gebakken lucht) populair gemaakt is: evenwichtig, onderbouwd en met kennis van hoe het nieuws gemaakt wordt?
Wie daarvoor een uitstekende aanzet geeft, is de al genoemde Pol Deltour. Hij pleit er in De vierde onmacht voor om de verschillende aandeelhouders van het nieuws voor ogen te houden - en de belangen van elk van hen af te wegen. Die zijn: het publiek (met zijn recht op volledige, correcte, onpartijdige informatie, maar ook om informatie te krijgen die boeit, en om een keuze te hebben tussen media), de bron (die correct geciteerd wil worden en zijn privacy gerespecteerd wil zien), het onderwerp van het nieuws (wiens privacy ook gerespecteerd moet worden, en die recht moet hebben op een wederwoord), de journalisten (die hun job goed willen kunnen doen, correct betaald en met voldoende uitdaging), het mediabedrijf (dat winst wil maken maar ook een ideëel doel heeft) en 'de samenleving' als democratie (correcte informatie bevordert het burgerschap en laat toe morele keuzes te maken, misleidende en eenzijdige informatie kan de democratie schaden).
Wie begrijpt hoe journalisten bij elk onderwerp een afweging moeten maken tussen al deze belangen, kan met meer empathie oordelen of ze hun werk goed hebben gedaan of niet - en zal er misschien niet zo snel meer op hameren dat er alléén maar buitenlandberichten op de voorpagina van een kwaliteitskrant mogen staan, en geen gerechtelijk nieuws meer.
Ik zou daar zelf nog aan toevoegen: maak geen claims die goed klinken, maar die je niet hard kan maken, geef genoeg voorbeelden uit de berichtgeving zelf, hou je ogen open voor tegenvoorbeelden, staar je niet blind op één krant of één zender, maar kijk naar het geheel van de nieuwsmedia, en gebruik een beheerste, professionele toon. Er staan overtuigende essays in De vierde onmacht, maar het sarcasme en het onbeargumenteerde somberen in sommige andere doen afbreuk aan het genre in zijn geheel. Zeker in zo'n dik boek had wel wat geknipt kunnen worden.
De witte media
Een mediakritisch boek dat de verschillende aspecten van de nieuwsproductie goed voor ogen houdt, vermijdt om té grote statements te maken en daardoor een evenwichtig en overtuigend punt maakt, is De witte media. Of waarom 'allochtonen' altijd slecht nieuws zijn van Katleen De Ridder, de mediaspecialist van het Minderhedenforum. Zij is met journalisten, beleidsmakers en lezers gaan pràten! - een uitzondering onder mediacritici. Haar stelling is: culturele minderheden zijn ondervertegenwoordigd in de Vlaamse media, zowel voor als achter de schermen; ze worden stereotiep opgevoerd; en in debatten over onderwerpen die hun aanbelangen, domineert het autochtone perspectief.
De Ridder kiest in haar boek voor de methode Deltour. Ze gaat in op culturele minderheden als mediaconsument (welke tijdschriften kopen ze, wat verwachten ze van een medium?), als mediabron (wie mag er spreken voor 'de moslims'? Nordine Taouil, een vrouw met hoofddoek, een vrouw zonder hoofddoek, of een blanke man?), als onderwerp van het nieuws (de 'media-allochtoon', die verschilt van de allochtonen in de realiteit) en als journalist (hun veel te lage vertegenwoordiging op redacties). Vooral haar inzicht in de 'socialisering' op redacties is belangrijk: van allochtone journalisten wordt gehoopt dat ze door hun achtergrond meer en ander nieuws zullen binnenbrengen - maar als de invalshoek daarvan botst met de consensus onder de meerderheid van de autochtone journalisten, dan worden ze gezien als 'bevooroordeeld', en geraken ze binnen de redactie op een zijspoor.
Dat perspectief maakt het boek wel vrij institutioneel. De Ridder blijft vrij ver van de concrete berichtgeving. Eigenlijk bespreekt ze maar één nieuwsfeit grondig: als Europese moslims een charter ondertekenen waarin ze zich expliciet achter de Europese waarden scharen - positief nieuws dus - dan gaat Terzake op zoek naar Vlaamse moslims die, desgevraagd, toch de Koran boven de Belgische wet willen stellen - en zo wordt positief nieuws over moslims toch weer geruststellend negatief. Haar boek had nog aan kracht gewonnen als ze méér van dergelijke voorbeelden had aangehaald, al klopt het ook wel dat op elk voorbeeld dat je geeft, journalisten repliceren: 'Met twee of drie of zelfs dertig citaten bewijs je niets. Dat is toevallig, iedereen maakt fouten, in de fond is er niets aan de hand.'
Mediakritiek of nieuwskritiek?
Wat opvalt aan De Ridders boek is dat ze mediakritiek veel ruimer opvat dan louter 'nieuwskritiek'. Grote delen van haar boek gaan over fictie: zo vertelt ze hoe de Amerikaanse telenovella Ugly Betty - waarop de VTM-reeks Sara was gebaseerd - het verhaal bracht van een hispanic meisje dat gaat werken voor een New Yorks modeblad, maar haar hispanic roots niet wil verloochenen. In de Vlaamse versie is er van een interculturele verhaallijn geen sprake meer.
Wie daarin nog breder gaat, zijn communicatiewetenschappers Katia Segers en Joke Bauwens, samenstellers van de essaybundel Maak mij wat wijs. Zo breed, dat het boek wat buiten deze beschouwing valt. Zoals wel vaker bij academische mediakritiek, herkén je het niet als dusdanig. Plots gaat het over hoe kleuters omgaan met reclame, over de behoeften van senioren op het internet en hoe je games kunt aanwenden in de klas. En dat terwijl in de inleiding van het boek wel ronkende verklaringen worden gedaan over 'mediageletterdheid' en hoe dat betekent dat je begrijpt dat boodschappen in de media 'commerciële, ideologische en politieke implicaties' hebben. En dan gaan ze zelf alle hete hangijzers uit de weg!
Al heeft het ook wel mijn ogen geopend. Uit dit boek heb ik geleerd dat jongeren hun overtuigingen in de eerste plaats halen uit soaps. Als je net ervoor gelezen hebt dat Vlaanderen massaal op de N-VA heeft gestemd omdat Siegfried Bracke het VRT-nieuws vervlaamst en gepopulariseerd heeft, roept dat een lichte glimlach op.
Wat dit boek ook waardevol maakt, is de doelstelling: mediageletterdheid verhogen. Mensen bewuster helpen omgaan met hun media: dat moet de intentie zijn van mediakritiek. Niet het afkatten van deze of gene hoofdredacteur. Niet de indruk wekken dat het allemaal rot is. Constructief, onderbouwd
en evenwichtig. Als we daar binnen enkele jaren zijn, dan heeft het zin gehad.
Auteur: Tom Naegels
Dit stuk verscheen in De Standaard der Letteren
MARC DIDDEN
Het verdriet van de mediawatcher.
Luster, 350 blz., 19,95 €.
FRANK THEVISSEN
De vierde onmacht.
Van Halewyck, 480 blz., 25 €.
KATLEEN DE RIDDER
De witte media.
Lannoo, 184 blz., 19,95 €.
KATIA SEGERS & JOKE BAUWENS
Maak mij wat wijs.
Lannoo, 240 blz., 24,95 €.


rss

















