Blog - De geëmancipeerde journalist is de journalist van de toekomst

De geëmancipeerde journalist is de journalist van de toekomst
“De laatste paar decennia hebben burgers, intellectuelen en ‘gewone’ burgers, in West-Europese democratieën hun onafhankelijkheid bevochten tegenover politieke stromingen, partijen of overheden. Ze zijn erin geslaagd zich te emanciperen.”
Geëmancipeerde burgers
Tijdens verkiezingen gaan ontzuilde burgers meer en meer shoppen waardoor resultaten van de verkiezingen meer dan ooit verrassend zijn. Partijen scheuren uiteen en het politieke landschap raakt gefragmenteerd. Het wordt daardoor moeilijker om meerderheden te vormen of een duidelijk beleid te voeren. In veel West-Europese landen resulteren verkiezingen meer en meer in politieke aardverschuivingen.
Daartegenover staat dat die politieke partijen en organisaties als maar minder de burgers in hun greep hebben. Hun ledenaantal decimeert. Ook hun politiek gekleurde mainstream media verdwijnen en in de plaats komen onafhankelijke media in een vrije markt. Zo krijgt de geëmancipeerde burger zijn informatie niet meer via de partijkranten of partijmeetings. Hij haalt die nu uit de zogenaamde bevrijde media die in vele gevallen de link met de partij of beweging effectief hebben doorgeknipt.
Politieke partijen doen er alles aan om in de media te komen, hebben een batterij aan communicatieadviseurs. De slag om de kiezer wordt meer dan ooit in de media gevoerd. Televisie is voor heel veel mensen de enige bron van informatie. Nu kun je bezwaarlijk zeggen dat televisie de burger ten gronde informeert. Nieuwsuitzendingen moeten snel gaan en zijn meestal een verzameling van oneliners in plaats van politieke visies. Er wordt heel veel aandacht besteed aan onbelangrijke zaken. Een gevolg is dat burgers wel de namen en bijzondere gewoontes van de huisgenoten en huisdieren van politici tot in de details kennen. Maar vraag hen niet naar de maatschappijvisie van de politicus.
Vrijheid van informatie
In een democratie moet de informatie vrij zijn. Dit is fundamenteel. ‘Freedom of speech’ en ‘freedom of press’ staan niet voor niets in het 1st Amendement van de Amerikaanse grondwet. Maar informatie in een vrije markt is niet gelijk aan vrijheid van informatie. De informatie in een vrije mediamarkt is om markteconomische redenen gefilterd. Eerst en vooral krijgen we vooral goedkoop nieuws op ons bord. Het duurdere en complexere nieuws, zoals onderzoeksjournalistiek, duiding, diepgravende informatie… valt buiten de core business van massamedia. Daarnaast zijn er ook onderwerpen die commerciële media nauwelijks of niet lusten. Onderzoeksjournalistieke reportages over de Europese Unie zijn een zeldzaamheid omdat ze volgens marketeers niet sexy zijn. Maar ook de lokale stedelijke en gemeentelijke besturen krijgen veel te weinig te maken met de pottenkijkers-journalisten.
De gecommercialiseerde media voelen zich klaarblijkelijk minder maatschappelijk verantwoordelijk. Hun missie is verlegd naar winstmaximalisatie. Primair is niet meer de burger informeren en maatschappelijke fenomenen duiden, maar wel oplages, verkoop en zo winst doen stijgen. Op zich is daar niets mis mee en ben ik niet origineel. Maar het feit dat media zichzelf minder of niet meer als een belangrijke speler binnen een democratie zien, is vanuit democratisch perspectief alarmerend.
Wat zijn dan de indicaties van die verschuiving van de mindset van commerciële mediabedrijven?
Mediabedrijven investeren veel in technologie (drukkerijen, website, mobiele toepassingen, …) en in verhouding veel te weinig in journalistiek. Zo worden redacties stelselmatig krapper in personeelsbezetting. Het rendement van de journalisten moet hoger (drie stukken per dag aanleveren tegenover vroeger één). Er is geen ruimte voor bijscholing of specialisatie. De verloning van de freelancers is niet om over naar huis te schrijven. En veel van die zelfstandigen bevinden zich in nepstatuten (tijdelijke contracten, interimcontracten, dagcontracten) en schijnzelfstandigheid.
Bij ontslagrondes vallen meestal de oudere, ervaren journalisten uit de boot. Het geheugen van de redactie krijgt daardoor opmerkelijke gaten. Ook de begeleiding van jongeren wordt daardoor precair.
Het afslanken van de redacties staat in schril contrast tot steeds hogere communicatie en lobbying bestedingen vanuit de industrie.
Er dreigt een soort van de-professionalisering. Het verschil tussen een professionele journalist en een burger wordt kleiner. De kwaliteitscontrole wordt niet meer binnenshuis geregeld, maar ge-outsourced. Meer en meer websites ontstaan die zich bezighouden met het opsporen van fouten in de media. 2
Redacteurs kunnen op de werkvloer niet worden gemist. Deadlines zijn er continu door websites die 24 op 24 nieuws moeten brengen. De hoofdredactie overtuigen van een eigen maar misschien minder evident onderwerp vraag veel overtuigingskracht. Daardoor komen journalisten er niet meer toe om aan journalistiek te doen, maar enkel aan vluchtige verslaggeving die de waan van de dag opdringt. Dit is een algemene klacht bij journalisten. 3 “Als je geen journalistiek hebt, dan heb je geen democratie”, zei John Nichols (coauteur van The Death and Life of American Journalism) tijdens een lezing aan de Philip Merril College of Journalism. Ik vrees dat er inderdaad in de Westerse samenleving een fundamentele peiler van de democratie wat betonrot vertoont. 4
Er blijkt ontegensprekelijk een informatieongelijkheid te ontstaan. Een elite van 5% is nog nooit zo goed geïnformeerd als nu dankzij internationale fora en websites. Maar een steeds grotere groep (30%) van de populatie dreigt als maar minder geïnformeerd te zijn, dixit David Frum, in een vorig leven tekstschrijver van George W. Bush. 5
De toekomstige journalist is een geëmancipeerde journalist
Wil de vrije informatie gegarandeerd zijn en vrij kunnen stromen binnen een commerciële vrije markt, dan zou de journalist zich meer moeten emanciperen ten opzichte van de structuur (het mediabedrijf) waarin hij opereert, naar analogie van de burger. In die context is de freelance journalist misschien wel de journalist van de toekomst? Ideaal is immers een journalist die in alle vrijheid zijn onderwerp kan kiezen en de tijd en eventueel de middelen heeft om het onderwerp uit te diepen. Maar daarvoor moeten enkele fundamentele voorwaarden zijn vervuld.
Essentieel zijn er uiteraard enkele juridische voorwaarden noodzakelijk die de journalist voldoende juridisch en in de feiten beschermen. In de eerste plaats moet de grondwet uiteraard de vrije meningsuiting en persvrijheid garanderen. Tegelijk moet de overheid transparantie verzekeren en de openbaarheidwetgeving (WOB) ernstig nemen.
Wobbing.eu is een site die de krachten en kennis van Europese journalisten over WOBben bundelt, en geeft trainingen over WOBben. The Freedom of Information Act heeft de journalistiek in vele landen al veranderd. Het heeft een krachtig wapen aan het arsenaal van reporters toegevoegd. Datadriven journalism gebaseerd op publieke informatie via de openbaarheidswetgeving wordt een belangrijke fenomeen in de journalistiek van de toekomst.
De journalist moet de ruimte en de tijd krijgen om zich te verdiepen in een onderwerp. Hij moet zich kunnen specialiseren. De maatschappij heeft nood aan duiding van een journalist die het onderwerp volledig onder de knie heeft. Dit kan ondermeer door journalisten het recht te geven zich minstens één week per jaar bij te scholen. In veel gevallen is in huidige context zelfs dit niet mogelijk. Toch vreemd voor bedrijven die handelen in informatie. Coachingprogramma’s, uitwisselingen, congressen, seminaries zouden een normale zaak moeten zijn voor mensen die kennis als grondstof hebben.
Specialisatie is essentieel in een steeds complexer wordende samenleving. De burgers hebben nood aan duiding. Journalistiek is toch in de eerste plaats moeilijke zaken op een begrijpbare manier uitleggen. Hieraan is heel veel nood. Maar dit vraagt studie. Hier en daar zie je dit soort van geëmancipeerde journalisten opduiken. In Nederland heb je iemand als Geert Mak die besliste om de geschiedenis van Europa in boekvorm en later in een documentaire te gieten. Dit deed hij op eigen kracht en met een fenomenaal internationaal succes. De Brit Robert Fisk is een ander mooi voorbeeld. Hij heeft zich sinds jaar en dag verdiept in het Midden Oosten. Fisk is een merk op zich geworden. Personal branding kan nu dankzij nieuwe social media zoals Facebook, LinkedIn, Twitter, het opzetten van een eigen blog of website. Uiteraard staat de onafhankelijkheid van de journalist centraal. Ook al werkt Fisk voor The Independent (what’s in a name), hij wordt door iedereen (zelfs door Osama bin Laden) als onafhankelijk beschouwd.
In vele gevallen mist de journalist die eerste stap. Ondernemerschap zit niet in de genen van journalisten. Een geëmancipeerd journalist is een ondernemer die ook zoekt naar alternatieve manieren van financiering. Crowdfunding, non-profit funding (zoals journalismfund.eu en het Fonds Pascal Decroos), sponsoring of micro-payment zijn elementen waarmee de journalist van de toekomst, wil die in alle onafhankelijkheid zijn ding doen, te maken zal hebben. Maar vooral kan hij met dank aan de nieuwe technologie in rechtstreeks contact komen met het publiek. Meer dan ooit wordt journalistiek een dialoog met het publiek en is het mogelijk dankzij de nieuwe technologie. Maar daarvoor moet je uiteraard iets te vertellen hebben.
Auteur: Ides Debruyne
“Journalism, as it has been understood and as it should be understood in the United States, is a part of the fundamental infrastructure of democracy. If you don’t have journalism – and a lot of it – comming from a lot of different perspectives, but always going out and trying to digg up information and to speak truth to power rather then nearly to practise stenography to power. If you don’t have that, you will not have democracy. Period! underline it, circle it. Understand. No discussion about journalism is relevant, it doesn’t matter in it’s self.”
John Nichols (Co-Author of The Death and Life of American Journalism)
1 Vrij geciteerd uit opiniestuk ‘Weg met het vingertje’ van Marc Reynebeau in De Standaard dd. 01/06/2010
2 ‘Meet the Tilburg Checkers http://www.cjr.org/regret_the_error/meet_the_tilburg_checkers.php?page=all
3 Burnout onderzoek Arteveldhogeschool – Gent - 2009
4 Robert McChesney and John Nichols spoke at the Philip Merrill College of Journalism on Feb. 17, 2010 - http://vimeo.com/9714935
5 http://www.frumforum.com/the-future-of-journalism
Reacties: 3
Het is natuurlijk op en top Amerikaans, maar er zitten zaken in die zeker inspireren.
Het belang van die non-profitorganisaties groeit gestaag in de VS: http://www.ajr.org/Article.asp?id=4906
Het grote probleem zal dan weer zijn of er voldoende geld is bij de mediabedrijven om de onafhankelijke journalist correct te vergoeden voor het geleverde werk. En wat als hij veel tijd in een onderwerp steekt dat daarna toch niet het verwachte resultaat oplevert?
De grotere rol van de overheid in de journalistiek is in ieder geval een belangrijk thema.
Er is in medialand Vlaanderen almaar minder echte concurrentie tussen de media onderling omdat er almaar minder zijn. Dat is voor de burger een probleem ivm zijn informatievoorziening en voor de (freelance) journalist ivm de mogelijkheden zijn producten te slijten.
Vele groepen hebben onderlinge allianties en voor de modale burger is het niet zo simpel om die te zien en daar gepaste conclusies uit te trekken. Wie in het Rapport 2009 over mediaconcentratie van de Vlaamse Regulator voor de Media het schema even bestudeert ziet al snel die 'belangenvermenging'. (http://www.vlaamseregulatormedia.be/nl/documentatie.aspx - pagina 109)
Het klopt dat de media sinds eind van de jaren zeventig de band met politieke formaties (en zeker met partijen) hebben doorgeknipt. Maar in de plaats kwam een almaar groeiende commerciële macht. Het gouden tijdperk van de journalistiek is er nooit geweest (politieke druk) en is er nog niet (commerciële druk). Uiteraard bepalen de marketeers niet de inhoud van de diverse media en hun nieuwsredacties, maar dat er druk is om hapklare brokken te geven, kan niemand ontkennen. En die worden vaak netjes aangeleverd door communicatiedeskundigen van organisaties, zoals u zelf aantoont.
Het is nog een tijd wachten, lijkt me, op de echte geëmancipeerde journalist. Wie een vast contract heeft, moet zich toch min of meer schikken naar de instructies van de hoofdredactie / verantwoordelijk uitgever. En freelancers zullen zich mogelijk ook wel hoeden te veel commentaar te geven op die weinige potentiële opdrachtgevers. Want nestbevuiling wordt in journalistenkringen niet erg geapprecieerd - om het met een understatement te zeggen. Misschien is een door de overheid betaalde journalistiek (via een onafhankelijk Fonds als dat van Pascal Decroos) inderdaad nog zo geen slecht idee. Of zijn we dan terug bij af?
Lees over de bezorgdheid van voormalig VRT-journalist Jef Lambrecht over de toekomst van onze media en bij uitbreiding die van onze democratie in Knack nummer 40 van vandaag.


rss

















