Blog - Privacy niet dood door Facebook

Privacy niet dood door Facebook
Mensen die foto's en commentaar op het internet plaatsen, geven daarmee niet meteen toestemming aan journalisten om die informatie te gebruiken. De discussie over waar precies de grenzen liggen, is volop aan de gang.
Mogen journalisten zomaar een foto van iemands Facebook-pagina plukken en in de krant afdrukken? Het is een vraag die de persraden in Europa, die instaan voor zelfregulering van het journalistieke beroep, in de ban houdt. En het antwoord is niet eenvoudig. Bovendien lopen de meningen uiteen.
Mensen die hun foto op een sociale netwerksite plaatsen, geven volgens de ene strekking hun privacy gewoon op. Ze doen afstand van hun recht op afbeelding. Journalisten moeten vooraf geen toestemming vragen om hun foto te publiceren. Je moet mensen niet tegen zichzelf beschermen, hoor je dan dikwijls als argument. Als mensen hun privéleven willen afschermen, moeten ze maar van het internet wegblijven.
De andere strekking is even ongenuanceerd. Het is niet omdat iemand zijn foto op Facebook plaatst dat hij een publiek persoon is. Journalisten moeten nog altijd toestemming vragen om een foto van het internet in hun medium te publiceren. Mensen tegen zichzelf beschermen, is in die visie geen slecht idee. Anders verklaar je de privacy op het internet dood.
Rechters hebben zich nog niet over de kwestie uitgesproken, laat staan dat de wetgever klaar staat om in te grijpen. Maar er is al een interessant advies van de Zwitserse persraad. Dat geeft aan welke richting een gedragslijn over het gebruik van informatie van websites door de media zal uitgaan. Dit advies leunt bovendien dicht aan bij een uitspraak die de (Vlaamse) Raad voor de Journalistiek recentelijk deed.
De Vlaamse Raad maakte een onderscheid tussen een foto die op de profielpagina van een verkeersslachtoffer stond, en een afbeelding die door haar privacy-instellingen was voorbehouden voor de groep 'vrienden van vrienden'.
De vader van het verkeersslachtoffer nam het niet dat een regionaal weekblad foto's van zijn omgekomen dochter had gepubliceerd, een op de voorpagina en een binnenin. De foto op de voorpagina was afkomstig van de profielpagina, de foto binnenin van het besloten gedeelte van het online profiel.
Publicatie van de profielfoto was toegelaten, meent de Raad, ook al omdat de dochter - die lang scoutsleider was geweest - 'door haar rol in het verenigingsleven plaatselijk als een publiek persoon kan worden gezien'. De tweede foto was niet publiek. Die mocht het regionaal weekblad volgens de uitspraak niet afdrukken. 'Dat foto's publiek zijn op Facebook is de uitzondering, niet de regel', staat er veelbetekenend.
Wat leren deze en andere uitspraken van de persraden over het gebruik van persoonlijke informatie afkomstig van het internet? Publieke figuren hebben zoals bekend minder privacy, moeten meer verdragen van de media dan privépersonen. Een politicus die via een website met zijn kiezers communiceert, kan zich bezwaarlijk verzetten tegen het gebruik door de media van de foto's en commentaren op zijn website.
Toch kan ook hier discussie ontstaan, bijvoorbeeld als de politicus ook een foto van zijn gezinsleden op zijn site heeft gepost en een van die gezinsleden het slachtoffer is van een dodelijk verkeersongeval. Is publicatie van de foto van dat gezinslid dan strikt noodzakelijk voor de berichtgeving?
Bij privépersonen is dan weer belangrijk na te gaan met welke intentie ze de informatie op het internet hebben geplaatst. Richt men zich tot een ruim publiek - de profielpagina van Facebook die voor iedereen toegankelijk is? Of richt men zich integendeel tot een beperkte kring van vrienden of familie, en ligt het niet in de bedoeling de informatie met iedereen te delen? Een familiefotoboek of ontboezemingen op een persoonlijke website vallen in die zin onder de bescherming van het privéleven. Zonder toestemming is gebruik van die informatie volgens de huidige consensus niet toegestaan.
Nog een overweging is dat mensen nogal ongeremd hun opmerkingen op een blog plaatsen, maar heel wat voorzichtiger zijn in hun commentaar als ze journalisten te woord staan, net omdat ze weten dat hun woorden in dat laatste geval ruime weerklank krijgen.
Overname van een persoonlijke commentaar op het internet, in een krant met een grote oplage is in die zin niet vanzelfsprekend. Maar ook hier zijn de grenzen niet scherp afgebakend, en speelt het maatschappelijk belang een rol. In Groot-Brittannië had een politieman op Facebook een ironische opmerking geplaatst na de dood van een manifestant door politiegeweld. De Britse persraad vond dat een krant die commentaar mocht overnemen, omdat het belang van het publiek om dit te weten groter was dan de privacy van de agent.
Auteur: Filip Verhoest
Dit stuk verscheen in De Standaard


rss

















