Blog - Ex-collega's vinden dat Siegfried Bracke journalistiek ontsiert

Ex-collega's vinden dat Siegfried Bracke journalistiek ontsiert
Siegfried Bracke was niet de enige journalist met een partijkaart. Maar dat hij nog tot de eeuwwisseling lid was van de SP, nadat de openbare omroep al gedepoliti- seerd was, verbaast zijn ex-collega's. En dat hij columns schreef voor het partijblad, verbaast hen nog meer.
'Vrijwel alle VRT-journalisten hadden toen een politieke kleur." Een ultrakorte reactie van hoofdredacteur Kris Hoflack op de ontmaskering van ex-werknemer Siegfried Bracke (N-VA) als gewezen lid én columnist van de SP zette deze week het Huis van Vertrouwen op stelten. Heel wat oudgedienden waren op hun tenen getrapt door de uitspraak van hun baas. In de eerste plaats omdat 'toen' niet eens zo lang geleden is. Bracke was lid van de SP tot de eeuwwisseling. Hij schreef tot 1998 onder de pseudoniemen Han Vermeer en Valère Descherp columns voor het partijblad en, dat was tot nog toe niet eens bekend, nam voor datzelfde blad ook interviews af van kopstukken van de socialistische partij.
"De tijdsperiode choqueert", vindt VRT-buitenlandjournalist Peter Verlinden. "Ik kan spreken voor de grote meerderheid van de VRT-journalisten als ik zeg dat in de jaren '90 een partijkleur, laat staan een partijkaart, op geen enkele manier een rol speelde in ons functioneren. Ik verzet me tegen de mythe dat de openbare omroep een soort schaakbord was waarop elk pionnetje zijn kleur had. Dat is onwaar."
Ook Pol Van den Driessche, vroeger bij Corelio, nu politiek commentator bij vtm en tot de vorige verkiezingen senator voor CD&V, was verrast dat Bracke nog tot 2000 lid was van de SP. "Toen hadden volgens mij toch maar heel weinig journalisten nog een partijkaart. De politisering van de media, zelfs van de openbare omroep, was toen bijna volledig voorbij. De ontzuiling van de Vlaamse pers was eindelijk een feit. Een partijkaart, dat hoorde niet meer. Laat staan dat je hand- en-spandiensten leverde voor een bepaalde partij."
Paladijn
Vooral de medewerking van Bracke aan het ledenblad van de SP kan voor zijn ex-collega's echt niet door de beugel. "Dat hij een paladijn van de socialisten was, dat wist iedereen", zegt Walter Zinzen. "Dat hij voor het partijblad schreef, wist volgens mij niemand. Dat gaat wel erg ver, dat was zelfs dertig jaar eerder al een brug te ver. Eigenlijk is het ironisch: de man die pretendeert dat hij de journalistiek heruitvond, was zelf hét prototype van de ouderwetse journalist."
"Dat je een overtuiging hebt, oké. Maar je moet wel voor jezelf afbakenen hoe ver die gaat", vindt Jos Bouveroux, als hoofdredacteur van de nieuwsdienst nog de baas van Bracke ten tijde van zijn columnistenschap. "Schrijven voor een partijblad, dat doe je gewoon niet. Bracke zal zelf ook wel begrepen hebben dat hij zich op bijzonder glad ijs begaf, anders gebruik je geen pseudoniem."
"Ik wil niet oordelen over anderen, maar ik kan me uit mijn tijd geen enkele journalist voor de geest halen die tegelijk bijdrages leverde aan een partijblaadje", bevestigt Hugo De Ridder. Van de peetvader van de politieke reconstructies wordt gezegd dat hij de speeches van Leo Tindemans schreef, maar die legende wil De Ridder ontkrachten. "De waarheid is dat ik een paar gedachten op papier had gezet, de dag van het fameuze CVP-congres van 1979 in de Magdalenazaal. Tindemans heeft daar uiteindelijk één zinnetje van overgehouden: 'Als de partij dat wenst, wil ik haar door deze moeilijke periode loodsen.' (glimlacht) Een belangrijk zinnetje, dat wil ik wel toegeven." (De als premier mislukte Tindemans werd daarop zonder tegenspraak uitgeroepen tot CVP-voorzitter, JV/BE)
Zwarten en rooien
Hugo De Ridder heeft nooit een geheim gemaakt van zijn politieke kleur. "Al meteen in de eerste zinnen van mijn eerste Wetstraat-boek heb ik geschreven dat ik 'christendemocraat' was, maar dat heeft me nooit verhinderd om ook over de toenmalige CVP en haar zuilverenigingen kritisch te berichten. Een dossier over de CM heeft me zelfs een proces gekost. Maar de dag dat ik bij De Standaard ben begonnen, heb ik mijn CVP-lidmaatschap opgezegd, en ik heb sindsdien nooit nog een partijkaart gehad."
"Op die periode, zeg maar vanaf de jaren zestig, wordt nu toch enigszins vertekend teruggekeken. Ik herinner me dat je niet over politiek mocht schrijven als je naaste familie op een kabinet had. Met dat soort regels wordt vandaag me dunkt losser omgesprongen."
Ook volgens Van den Driessche stond die overtuiging een objectieve berichtgeving niet in de weg. "Ik was een regionalist, ik had bij Hugo Schiltz gewerkt voor ik bij De Standaard begon. Ik behandelde alle partijen op dezelfde manier. Tuur Van Wallendael was een socialist, een 'rooie hond', maar we hebben hem in mijn tijd bij Schiltz nooit betrapt op een onheuse werkwijze."
Zinzen ergert zich aan het beeld dat de voorbije dagen is gecreëerd, alsof elke journalist van de openbare omroep in vroegere tijden een partijkaart had. "De partijlozen waren in de meerderheid. Het is larie dat je bij de BRT alleen aan de slag kon als je de juiste partijkaart had. Dat was misschien in de jaren '60 zo, maar begin jaren zeventig is een nieuwe generatie gearriveerd waar ze geen etiket meer op konden plakken."
"Geloof het of niet, maar het aantal partijleden was echt klein toen ik bij de omroep begon", zegt Dirk Sterckx, Europarlementslid voor de liberalen. "Maar je moést ergens bij horen. Ik was een goede vriend van Karel De Gucht, dus ik moest wel een stamboekliberaal zijn. Wat ik toen eigenlijk nog niet was. Maar het was handig, want de liberalen waren altijd in de minderheid, zo was er weer eentje extra." Sterckx herinnert zich nog hoe hij de liberalen moest bewerken toen socialist Kris Borms hoofdredacteur werd. "Ik werd uitgestuurd om met Guy Verhofstadt, toen vicepremier en de sterke man bij de partij, te praten. Ik moest hem overtuigen dat Borms weliswaar een socialist was, maar dat met hem te werken viel."
"Ik ben nog begonnen in een volledig verpolitiekt systeem, in 1970", blikt Bouveroux terug. "Ik was een flamingant, dat is geen geheim, maar geen Volksunielid. Maar ik moest en zou ook bij één van de traditionele partijen horen. Bij gebrek aan partijkaart keken ze dan maar naar waar ik gestudeerd had. 'De universiteit van Leuven? Dan ben je een katholiek.' Dat is snel gaan keren, toen er net na mij generaties binnenkwamen van wie niemand wist wat ze nu eigenlijk dachten of geloofden. Een definitief keerpunt vond ik mijn benoeming tot hoofdredacteur, samen met Leo Hellemans, onder Bert De Graeve midden jaren '90. Vroeger werd die benoeming bedisseld op de partijbureaus, nu moest mediaminister Eric Van Rompuy ze zelf vernemen via de radio. Dat was een symbolische ommekeer."
Verlinden werkte zelf nog op het Volksuniekabinet van staatssecretaris André Geens, maar dat etiket heeft hem naar eigen zeggen nooit gehinderd. "Er is me nooit gevraagd naar een aanhorigheid of lidkaart, en ik zou het ook altijd geweigerd hebben. Ik ben aangesloten bij de socialistische ACOD omdat die nu eenmaal de beste syndicale service leveren. Tegelijk ben ik bij de CM. Ik wil maar zeggen: ik hoor tot een ontzuilde, vrijgevochten generatie. Het beeld dat de VRT al die tijd een verzuild nest is gebleven staat me geweldig tegen."
Auteurs: Jeroen Verelst en Bart Eeckhout
Dit stuk verscheen in De Morgen.
Reacties: 2
Voor meer, zie op mijn weblog:
http://rudidierick.wordpress.com/2011/02/05/hypocriete-b-brinckman/


rss

















