Blog - Cultuur op de publieke omroep

Cultuur op de publieke omroep
In Nederland is cultuur bij de publieke omroep een gevoelig thema. Een deel van de culturele wereld vindt dat er in de tv-programma’s te weinig aandacht is voor kunst en cultuur op televisie. En op Radio 4 — de klassieke radiozender — is te veel popu- laire klassieke muziek te horen, te weinig hele werken en nauwelijks Nieuwe Muziek. In Vlaanderen werd cultuur gedurende een hele tijd weggeduwd uit de openbare omroep. Cultuur was elitair en in tijden van kijkcijfers enigszins ongewenst. Aan het begin van de jaren negentig leek de toenmalige BRTN de strijd met de commerciële omroep VTM te gaan verliezen. Die periode is voorbij. De VRT is al een hele tijd weer marktleider. Maar de programmering van cultuur blijft een moeilijke onderneming. Zeker in tijden van digitale televisie en internet. Wat te doen?
De feiten in Nederland
Er bestaat een verschil tussen publieke zenders en commerciële, zoals RTL en SBS. Deze zenden naast nieuws vooral amusement, films en infotainment uit, gesegmenteerd naar specifieke doelgroepen. Het gaat hen om hoge kijkcijfers onder bijvoor- beeld mensen van 20 tot 49 jaar of jonge vrouwen van 20 tot 40 jaar. Kunst en cul- tuur laten de commerciële omroepen links liggen, omdat daar vooral ouderen naar kijken. RTL 8 heeft samen met het betaalkanaal Monteverdi-tv klassieke concerten uitgezonden op zondagochtend, maar is daarmee opgehouden. Live popconcerten zijn wel opgenomen in de commerciële zendschema’s. In programma’s zoals RTL- Boulevardzitten af en toe onderwerpen over cultuur: als een bekende Nederlander een tentoonstelling opent, als een toneelspeler zijn huwelijk op scherp zet door met een hockeyspeelster vreemd te gaan, of als een volkszanger naast zingen ook kan (kunst)schilderen. Het culturele veld protesteert niet tegen de desinteresse van de commerciële zenders voor cultuur. Men accepteert de zakelijke uitgangspunten van RTL en SBS. Het mijnenveld ligt bij de publieke omroep, die grotendeels met belas- tinggeld wordt gefinancierd. En belastingbetalers zijn niet alleen mensen tussen de 20 en de 49 (de doelgroep van de commerciële zenders) maar ook ouderen, minder- heden en cultuurliefhebbers.
De in cultuur geïnteresseerde kijker is mondig en kent de weg naar dagbladen en de politiek. Regelmatig klagen cultuurliefhebbers over de diepgang van de culturele producties (“vloeipapierdun”) en over de uitzendtijdstippen (“aan de randen van de nacht”) op de publieke televisie. De programma’s kunnen voor hen niet specialistisch genoeg zijn, niet lang genoeg duren en ze horen in het hart van de avond. Deze klach- ten worden telkens opnieuw herhaald. Voor de ontevreden cultuurkijkers en -luiste- raars lijkt de techniek te hebben stilgestaan. Er is internet (de publieke omroep heeft 163 internetsites, o.a. over kunst en cultuur) en er zijn themakanalen. De video heeft een opvolger: de dvd-recorder, die gemakkelijk te programmeren is via een EPG (elek- tronische programma gids) en veel uren in hoge technische kwaliteit kan opnemen. Wanneer Nederland 2 een opera na middernacht uitzendt, kan de liefhebber gewoon gaan slapen, het programma opnemen en de volgende avond in prime timekijken. Het uitgestelde televisiekijken is populair. De Nederlandse publieke omroep biedt veel pro- gramma’s na uitzending nog eens on demandaan op internet. Gratis in lage resolutie op www.uitzendinggemist.nl, en op de digitale kabel met optimale kwaliteit in het pluspakket waarvoor extra betaald moet worden aan de kabelmaatschappij. Per maand worden via deze nieuwe service nu bijna twaalf miljoen programma’s bekeken. (KLO- cijfer van november 2009.)
De feiten in Vlaanderen
In Vlaanderen is het omroepplaatje iets eenvoudiger dan in Nederland. Daar zijn gewoonweg minder zenders, openbare en commerciële. Ruwweg gesteld zijn de taken in Vlaanderen verdeeld zoals in Nederland: de openbare zenders worden geacht cultuur te brengen, de commerciële zenders doen dat niet of nauwelijks. Er is één uitzondering: Exqi, tot niet zolang geleden een facilitair bedrijf dat zorgde voor het in beeld brengen van mega-evenementen overal ter wereld, van de Olympische Spelen tot de eedaflegging van de nieuwe Russische president. Exqi heeft zich stilaan ont- popt tot het enfant terrible van het Vlaamse omroepland. Stichter Gabriel Fehervari wil meer dan alleen maar technische middelen ter beschikking stellen van de omroe- pen. Hij wil zèlf omroepen. De content, de programma’s dus, nam hij al op. Daar za- ten vaak al concerten tussen van grote sterren. Met Exqi Culture heeft hij al een digi- tale zender waarop klassieke en lichte concerten te zien zijn. De zender maakt ook een cultuurjournaal, dat gesteund wordt door de Vlaamse overheid. Dat is ook te be- kijken op de algemene zender Exqi Plus, die in de loop van februari 2010 op de Vlaam- se kabel zit. De ambities van Fehervari zijn nog breder: hij wil het Exqi-model, met themakanalen voor cultuur en sport, opstarten in verschillende Europese landen.
De commerciële zenders doen minder aan cultuur. Tenminste, als we cultuur defi- niëren in de enge zin: concerten, theater, tentoonstellingen, literatuur. VTM heeft ooit wel kwalitatieve fictieseries gemaakt zoals Ons geluk, naar Gerard Walschap. Aandacht voor cultuur in het nieuws van VTM is er wel. Een recente studie toonde aan dat de aandacht voor cultuur in de journaals van de VRT of het nieuws van VTM ongeveer even groot was.
Wie kijkt er naar cultuur?
Uit onderzoek van de Nederlandse publieke omroep blijkt dat veel cultuurliefhebbers matige tv-kijkers zijn. Het zijn geen couch potatoes, die direct na het avondeten (dat is in Nederland soms al om zes uur) op de bank gaan zitten, de afstandbediening pakken, het LCD-scherm aanzetten en rond elf uur suf gezapt onder de dekens kruipen. Cultuurprogrammering is voor deze groep heavy users, die op twee minuten na vijf uur tv per dag kijken (KLO-cijfer november 2009), oninteressant. Cultuurliefhebbers kijken maar twee en een half uur. Een aantal onder hen kijkt zelfs neer op televisie, ook al hebben ze doorgaans wel een toestel in huis. Andere cultuurliefhebbers genie- ten van tv, maar hebben daarvoor weinig tijd. Ze zijn uithuizig, omdat ze cultureel actief zijn. Voor deze groep komt hun favoriete programma altijd op het verkeerde moment: ze zijn dan in de schouwburg of komen terug uit de concertzaal en krijgen tegen half twaalf nog een cultuurdocumentaire op Nederland 2 aangeboden. Dat gaat er dan niet meer in. De dvd-recorder is dan dé oplossing.
Culturele televisieprogramma’s worden in Nederland vooral uitgezonden op Nederland 2. Voor jongere kijkers zijn de popconcerten te vinden op Nederland 3. Nederland 1, de meest populaire publieke zender, heeft weinig tot geen aandacht voor cultuur.
In Vlaanderen is de toestand niet anders. De paradox van cultuur op televisie is ook daar dat diegenen die er het hardst om roepen ook het minst naar de televisie blijken te kijken. Cultuurminnaars gaan naar de opera of naar een tentoonstelling en hangen geen avonden voor de televisie. Wanneer programmeer je dan voor die cultuurliefhebber? Het culturele programma De leeuw in Vlaanderen, dat gepresenteerd werd door de Nederlander Rick de Leeuw en door de kritiek werd neergesabeld, haalde slechte kijk- cijfers. Maar ook het veel beter ontvangen LuxXLwas geen kijkcijferkanon.
Het beleid in Nederland
In de Meerjarenbegroting 2010-2015 van de Nederlandse Publieke Omroep is vastgelegd dat een rijk en gevarieerd kunstaanbod een beleidsuitgangspunt blijft. De pu- blieke omroep wil mediapartner zijn van culturele instellingen en festivals. Ze wil niet alleen journalistieke aandacht schenken aan cultuur, maar cultuur brengen via regi- straties, festivaljournaals en inhoudelijke debatten met de verschillende culturele sec- toren. Naar aanleiding van een discussie met de toneelwereld is begonnen met het opnemen van theatervoorstellingen voor Nederland 2. In 2010 zal een tweede reeks worden geprogrammeerd.In de zendschema’s staan verder liveopnamen van uitvoe- ringen van De Nederlandse Opera, registraties van concerten in het Concertgebouw, van het Nationale Ballet, het Nederlands Danstheater, de Uitmarkt in Amsterdam, kunstdocumentaires en culturele talkshows. Van alle tv-zendtijd wordt in Nederland 6% aan kunst en cultuur besteed. Dat is 8% van het tv-budget: €38.492.000. (Jaar- rekening 2007 en alle cijfers exclusief cabaret, satire en kleinkunst.)
Op Radio 1 is dagelijks aandacht voor cultuur in de programma’s Kunststof en Opium. Klassieke muziek is te beluisteren op Radio 4. Voor deze zender worden drie- honderd vijftig concerten per jaar opgenomen. In het weekend zijn er, veertig weken lang, live radioconcerten in de Vrijdag van Vredenburg(TROS), de Zaterdagmatinee (NPS) en het Zondagochtendconcert(AVRO). Deze concerten worden voor het overgro- te deel verzorgd door de orkesten van het Muziekcentrum van de Omroep (MCO), dat gefinancierd wordt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en voornamelijk werkt voor de publieke omroep. Het MCO heeft drie orkesten en een koor: het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Jaap van Zweden, de Radio Kamer Filharmonie met als dirigent Michael Schönwandt, het Groot Omroepkoor van Celso Antunes en het Metropole Orkest onder leiding van Vince Mendoza. Het budget van het MCO bedraagt ongeveer eenendertig miljoen euro (Jaarrekening 2008). Radio 4 gebruikt het internet voor crossmediale projecten, waarbij bijvoorbeeld gratis down- loads van concerten worden aangeboden. Sociale media zoals Hyves, Twitter, Flickr en YouTube maken het aanbod van Radio 4 laagdrempelig.
Het beleid in Vlaanderen
De taak van de openbare omroep is in de jongste beheersovereenkomst als volgt om- schreven: “De VRT brengt cultuur, informatie en nieuws, kennis en wetenschap, sport, Vlaamse audiovisuele producties en ontspanning”. Is het toeval dat cultuur als eerste taak voor de openbare omroep is omschreven? In ieder geval is het de meest weerbarstige taak die de VRT heeft meegekregen. De afgelopen jaren is het debat alle kanten uitgegaan, niet in het minst door de technische ontwikkelingen die het omroepland danig dooreen hebben geschud. Die omroep heeft in minder dan tien jaar tijd, afhankelijk van wie aan het roer stond, de hoogste pieken beklommen, maar ook door diepe dalen moeten gaan.
De pieken waren er in de eerste helft van dit decennium, onder gedelegeerd bestuurder Tony Mary, die grote ambities had. De digitale wereld zou het hele televisielandschap onherkenbaar veranderen en de openbare omroep mocht die trein niet missen. Sterker: die omroep moest het voortouw nemen in de digitale wereld. Acht digitale themakanalen moesten er komen, vond de toenmalige VRT-directie. Sport, nieuws, wetenschap en cultuur. In die tijden dat het geld niet op kon, werd er hier en daar instemmend geknikt. De openbare omroep moest dus hoge ambities koesteren. Al snel bleek dat de lat een klein beetje te hoog werd gelegd. Maar een digitaal cul- tuurkanaal, dat moest toch wel kunnen. De toenmalige mediaminister Geert Bour- geois was er wel voor te vinden, evenals de toenmalige cultuurminister Bert Anciaux. Het prijskaartje was niet gering: dertien miljoen euro. De droom bleef niet lang over- eind. Aan de top van de VRT werden belangrijke wijzigingen doorgevoerd en de nieu- we bazen begonnen een zachte landing.
Cultuurdelta in plaats van nichezender
In februari 2007 kwam er een akkoord met mediaminister Bourgeois. Er kwam geen digitale cultuurzender. Het nodige geld was er simpelweg niet. Zo’n digitale zender dreigde bovendien een nichezender te worden. Dat vond de politiek geen goed idee. De VRT-top, toen onder leiding van Piet Van Roe, stelde het zo: “We gaan geen getto creëren voor overtuigde cultuurliefhebbers.”
In de plaats van de nichezender, kwam de “cultuurdelta”. Cultuur moest in alle programma’s en op alle zenders doorsijpelen: van de algemene populaire programma’s zoals Het journaalen De rode loperop de algemene zender tot zeer gespecialiseerde uit- zendingen voor fijnproevers, zoals de Koningin Elisabethwedstrijd of Jazz Middel- heim, op het digitale net. In de perstekst klonk het zo: “Met de cultuurdelta wil de VRT de cultuurparticipatie en de cultuurbeleving van de Vlaming in de breedte en de diep- te stimuleren”. Er kwam een “driesporenbeleid”. Er moest op de eerste plaats meer cul- tuur komen op alle radio- en televisienetten, in bestaande algemene programma’s zoals De rode loper, De zevende dagen de nieuwsuitzendingen op radio en tv. Daarnaast werd er ingezet op specifieke cultuurprogramma’s op bestaande radio- en televisienet- ten. Voorbeelden hiervan zijn Mezzo(Radio 1), Lux(Canvas), de Canvascollectie(idem) en Iets met boeken(productie Canvas en VPRO; in Vlaanderen uitgezonden op Canvas). Ten slotte zou men werken aan extra digitaal aanbod voor de ware cultuurliefhebber, met programma’s “achter de rode knop” op Canvas +, een digitale zender dus. Daarop waren de dan de uitreiking van de Cultuurprijzen Vlaanderen of de Koningin Elisa- bethwedstrijd te zien. De VRT engageerde zich om maandelijks een avondvullend pro- gramma rond een cultureel thema te organiseren. Bij dit derde spoor hoort ook een digitaal platform, Klara.be. Dit platform wordt in het voorjaar van 2010 omgedoopt tot Cobra.be, om de verwarring met de radiozender uit de wereld te helpen. Op dit web- platform vind je een uitgebreid multimediaal cultuuraanbod, met een ruime selectie uit alles wat er op cultureel vlak te beleven valt op radio en televisie, beeld- en geluids- fragmenten. Het nieuwe platform Cobra.be moet even zichtbaar worden als de nieuws- en sportsites deredactie.be en sporza.be. Het is de bedoeling dat op Cobra.be ook eigen reportages komen te staan.
Voor dit nieuwe plan had de Vlaamse regering drie miljoen euro beschikbaar. Een heel verschil met de dertien miljoen die een digitaal cultuurnet zou kosten. Het akkoord werd vastgelegd in een bijlage bij de beheersovereenkomst. Vanuit het culturele veld waren de reacties op het driesporenbeleid gematigd tot positief. Positief omdat er nu een duidelijk plan voorlag over hoe de VRT in de toe- komst cultuur wou aanpakken. Positief ook omdat cultuur werd weggetrokken uit zijn niche en ook in druk bekeken populaire programma’s werd ingebed. Met succes ove- rigens. Zo besteedt zelfs De rode loperaandacht aan theaterpremières. Anderen waren er minder enthousiast over. Het beleid was te voorzichtig, getuigde van te weinig durf, te weinig avontuur, vond Dorian Van der Brempt, de directeur van het Vlaams-Neder- lands Huis deBuren. Hij was ook van mening dat er te weinig eigen documentaires over Vlaamse kunstenaars werden geprogrammeerd. Toch waren de globale reacties op de sporen één en twee veeleer positief. Wat het derde spoor betreft, werd hier en daar opgemerkt dat dit staat of valt met de samenwerking tussen de VRT en de cultu- rele sector. De twee partijen zijn tot elkaar veroordeeld. Het was vooral ook rond dat derde, digitale spoor dat de discussie losbarstte, ook in politieke hoek.
Elitaire fijnproevers?
Bij de introductie van digitale televisie, internet en themakanalen is in de culturele wereld de angst uitgesproken dat kunstprogramma’s achter de decoder in betaal- diensten zouden worden opgeborgen, om zo de open netten te ontdoen van minder scorende programma’s. Die angst is niet bewaarheid. Bijna alle programma’s die in Nederland op themakanalen en op internetsites te zien zijn, zijn eerder op het open net uitgezonden. Het digitale tv-themakanaal Cultura24 haalt ongeveer negentig pro- cent van het programmaschema uit de archieven van de publieke omroep. Deze pro- gramma’s worden verfrist en in een actuele context geplaatst. Daarnaast produceert Cultura24 eigen programma’s, zoals een cultuurjournaal. Voor nieuwe programme- ring is op jaarbasis een beperkt budget van €400.000 beschikbaar. (Ter vergelijking: een uur tv-drama voor het open net kost gemiddeld €360.000.) Ook sluit Cultura24 aan op uitzendingen van Nederland 2 en 3. Het North Sea Jazz Festival in Rotterdam was, behalve op Nederland 2, ook twaalf uur extra live te volgen op Cultura24. Verder worden uitzendingen overgenomen van buitenlandse zenders, zoals de Koningin Elisabethwedstrijd van de VRT. De Zaterdagmatineewordt met gebruikmaking van eenvoudige tv-faciliteiten regelmatig door Cultura24 opgenomen. De zender wordt via de digitale kabel verspreid. In Nederland hebben 7,2 miljoen huishoudens een ka- belaansluiting, waarvan 56,5% een digitale. Binnen het digitale domein zitten ook de pluspakketten, zoals de zogenaamde “24-kanalen” van de publieke omroep, waaron- der Cultura24. Ongeveer 1,3 miljoen van de digitale kabelabonnees heeft zo’n plus- pakket. (Cijfers KLO november 2009) Vraag is wel of dit cultuurkanaal in zijn huidi- ge opzet blijft bestaan, als de overheid het budget van de publieke omroep gaat ver- minderen. In dat geval wordt Cultura misschien een portaalsite op het internet (en als de kabelmaatschappijen willen betalen ook op de kabel) en zijn de programma’s niet meer via een vast uitzendschema maar wel op aanvraag te bekijken. Dat kan op het internet inmiddels ook op hoge kwaliteit.
De digitalisering heeft ervoor gezorgd dat het media-aanbod haast onbeperkt kan worden uitgebreid. Dat geldt voor alle media, of het nu gaat over geschreven media, radio of over televisie. Overal heeft de digitale revolutie toegeslagen. Kabelmaatschappijen zagen de mogelijkheid om tientallen digitale kanalen aan te bieden, waarvan een groot deel achter de decoder, dus betalend. Los daarvan moet je over een digitale aansluiting beschikken om ook de gratis aangeboden digitale kanalen te kunnen bekijken. Zo is Canvas + gratis, maar je moet wel een betaald abonnement via de kabel of de telefoonmaatschappij hebben om er bij te kunnen.
In de Vlaamse politieke wereld werden bij die kwestie de wenkbrauwen gefronst. Niet dat de politiek de digitale mediarevolutie wilde tegenhouden. Maar er werd wel gevraagd om zo weinig mogelijk achter de rode knop te verbergen. De drempel moet zo laag mogelijk blijven. Dit wordt ongetwijfeld een gesprekspunt als de cultuurdelta van de VRT zal worden geëvalueerd.
Aan de rand van het debat over cultuur op televisie ontbrandde er de voorbije jaren een discussie over een boekenprogramma op de VRT. Vroeger, toen ook op televisie alles beter was, bestonden er programma’s als Vergeet niet te lezen. In 2006 was er Alles uit de kast, een programma voor één, de eerste zender van de openbare omroep, “rond boeken”, met BV’s en gemaakt door het succesvolle productiehuis Woestijnvis. Het viel in de smaak, de kijkcijfers waren relatief hoog, maar het heeft uiteindelijk toch maar één seizoen gelopen.
Aan de rand van het debat over cultuur op televisie ontbrandde er de voorbije jaren een discussie over een boekenprogramma op de VRT. Vroeger, toen ook op televisie alles beter was, bestonden er programma’s als Vergeet niet te lezen. In 2006 was er Alles uit de kast, een programma voor één, de eerste zender van de openbare omroep, “rond boeken”, met BV’s en gemaakt door het succesvolle productiehuis Woestijnvis. Het viel in de smaak, de kijkcijfers waren relatief hoog, maar het heeft uiteindelijk toch maar één seizoen gelopen.
Ook dat andere bekende boekenprogramma, Iets met boeken, kende geen voor de hand liggende ontstaansgeschiedenis. Het Vlaams-Nederlandse huis deBuren was bereid om 100.000 euro ter beschikking te stellen. Dat geld werd door de VRT uiteindelijk afgewezen omdat deBuren en de VRT het niet eens raakten over de invulling van het programma. Eigenlijk kwam het erop neer dat de VRT zelf in alle vrijheid wilde beslissen hoe het programma eruit zou zien. Wat wèl behouden bleef, was de Vlaams- Nederlandse samenwerking met de twee presentatoren Jan Leyers en Leon Verdon- schot. In het najaar van 2009 liep de tweede reeks van het programma. Het werd op zondagmiddag live uitgezonden op door de VPRO op Nederland 2, en op zondagavond in uitgesteld relais door Canvas. Sinds begin 2010 loopt op Canvas op zondagavond het programma Cobra TV.De kijkcijfers van de eerste afleveringen waren bemoedigend.
Iedereen naar het theater
Vaak wordt de vraag gesteld of meer aandacht voor kunst en cultuur op tv en radio wel zal leiden tot meer interesse voor deze sector. Stijgt het museumbezoek? Gaan er meer mensen naar theater en concertzalen? Zal er meer gelezen worden? Deze vragen zijn niet per definitie met ja te beantwoorden. Na interviews in het boekenprogramma van Adriaan van Dis in de jaren tachtig en negentig werden meer boeken van de besproken schrijvers verkocht. Bij andere boekenprogramma’s blijft dat resultaat uit. Datzelf- de geldt voor het museumbezoek. Programma’s over populaire tentoonstellingen stu- wen het museumbezoek op. Heel specialistische tentoonstellingen krijgen ook aan- dacht in kunstprogramma’s, maar de files aan de museumkassa’s blijven dan uit.
Er is wel een ander e¤ect. De Nederlandse Opera heeft een vaste groep bezoekers. Veel van de operaseries zijn uitverkocht. Opera op televisie hoeft dus niet te leiden tot hogere kaartverkoop. Maar de uitzending van een opera biedt wel kansen aan liefheb- bers om, ondanks plaatsgebrek in het theater, hun favoriete opera toch te zien. En niet alleen thuis. Een groot aantal voorstellingen van de opera uit New York is wereldwijd in hoge kwaliteit live te volgen in bioscopen. De Nederlandse Opera gaat dat ook doen, samen met de publieke omroep NPS. In de zomer van 2009 is dat zeer succesvol gebeurd in een Amsterdams park. Duizenden operaliefhebbers hebben daar gratis live op grote schermen mee kunnen genieten van een opvoering van Carmenin het Muziektheater. Zo ontmoeten tv en podiumkunst elkaar op succesvolle wijze. Niet als tegenstanders, maar als partners.
Nederland en Vlaanderen: samen voorwaarts!
Kunnen de Vlaamse en de Nederlandse omroepen iets van elkaar leren? De program- mamakers beantwoorden die vraag meestal negatief. Aan beide zijden van de grens werken professionals, die weten dat burgers in Vlaanderen andere zijn dan die in Nederland. Dat er verschillen bestaan in smaak en budgetten. Vlamingen en Neder- landers spreken één taal, maar leggen andere accenten. Die culturele verschillen leve- ren specifieke programma’s op in Vlaanderen en Nederland. Toch is er wel samen- werking. Beagle, de reportage van Dirk Draulans over de reis van Darwin, wordt ge- produceerd door Canvas aan Vlaamse zijde en door de VPRO en Teleac in Nederland. Ook dramaproducties worden regelmatig als coproducties opgezet. Dat begon met Windkracht 10en Flikken. Daarnaast nemen de VRT en de Nederlandse publieke om- roep vooraf financieel deel in elkaars dramaproducties, zoals in 2009 bij de presti- gieuze en kostbare serie over Annie M.G. Schmidt.
In het kader van het cultuurdeltaproject heeft de VRT in 2007 de intentie uitgesproken om meer te gaan samenwerken. Weliswaar op occasionele basis. “Er kunnen af en toe gezamenlijke programma’s worden gemaakt” zei Walter Couvreur, de coördinator van de VRT-cultuurcel. Maar een gezamenlijk Vlaams-Nederlands cultuurproject achtte hij niet mogelijk. Een Vlaams-Nederlandse Arte komt er dus nog niet meteen.
Toch zijn er tussen Frankrijk en Duitsland ook culturele verschillen en is er niet eens een gezamenlijke taal. En Duitsers en Fransen hebben wel samen één culturele zender: Arte. Dat zou in de Lage Landen ook moeten kunnen, met een veel beperkter budget natuurlijk. Voor een Vlaams-Nederlands Arte zouden de bestaande culturele themakanalen van de publieke omroepen in Nederland en Vlaanderen kunnen wor- den samengevoegd, met plekken in de programmering voor specifieke items die alleen in Vlaanderen en alleen Nederland worden uitgezonden. Maar veel van de program- mering van zo’n zender, zoals opvoeringen van opera’s en theaterstukken, is geschikt voor beide landen.
Publieke omroepen moeten in de toekomst meer allianties aangaan met culturele instellingen en meer aanwezig zijn op culturele manifestaties en evenementen, uiter- aard wel passend binnen de missie van de omroep. In Nederland is de AVRO bijvoor- beeld mediapartner van het Koninklijk Concertgebouw Orkest en de NPS van de Nederlandse Opera en het Nationale Ballet. Evenementen zoals de Uitmarkt (daar presenteren gezelschappen zich jaarlijks aan de toekomstige bezoekers met nieuwe voorstellingen), North Sea Jazz en Pinkpop zijn ook gekoppeld aan de publieke omroep via partnerships. Dat gaat veelal met gesloten beurzen. De NPS maakt opna- men van operavoorstellingen en de opera ontvangt de digitale mastertape, waarmee ze de markt opgaan om blu-ray-dvd’s te kunnen uitbrengen.
Kennis van deze vormen van samenwerking zou tussen Nederland en Vlaanderen gedeeld moeten worden. Daarnaast zijn veel voorstellingen en evenementen, of ze nu in Vlaanderen of Nederland plaatsvinden, aan de andere kant van de grens interessant. Rock Werchter is in Nederland populair. Opnamen die de VRT daar maakt zouden aan de Nederlandse omroep beschikbaar moeten worden gesteld. En dat geldt vice versa voor Pinkpop. In rechtenonderhandelingen met de organisatoren en optredende arties- ten moet zo’n uitwisseling worden meegenomen. Wellicht voor een kleine meerprijs kan zo het afzetgebied van deze culturele evenementen worden vergroot en krijgen bands en solisten grensoverschrijdende aandacht. De Nederlandse omroeporkesten her- nemen hun concerten nu nauwelijks. De Meistersingervan Wagner wordt eenmaal uitge- voerd in Amsterdam en live uitgezonden. Hetzelfde concert zou een dag later, op zondag, wellicht ook uitgevoerd kunnen worden in De Singel of in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen. Ook zou Klara de concerten vanuit het Concertgebouw kunnen overnemen. Dergelijke vormen van samenwerking geven een steviger fundament onder de grote overheidssubsidie aan de omroeporkesten en levert in Vlaanderen een prachtige aanvul- lende concertprogrammering op. Tegelijk zou de artistiek leider van de levende muziek bij de Nederlandse publieke omroep jaarlijks in de programmering van de Zaterdagma- tineeook ruimte kunnen maken voor bijvoorbeeld de Filharmonie uit Antwerpen.
Spreken met elkaar
Beleidsmakers en zendermanagers uit beide landen spreken regelmatig met elkaar. Het zou productief zijn als ook hoofd- en eindredacteuren meer met elkaar in ge- sprek gaan. In 2008 leidde dat al tot een interessante radiodag op Klara en Radio 4. Programmamakers van de VRT en de Nederlandse publieke omroep maakten een dag lang samen uitzendingen, die live te horen waren in Nederland en Vlaanderen. Dat leverde mooie radio op en verruimde de blik van alle programmamakers. Maar ook dramaturgen, hoofden kunst en cultuur en chefs muziek zouden regelma- tig met elkaar in contact moeten komen. Niet in de slaapverwekkende vergaderkamers in Hilversum (met voor de lunch witte bolletjes kaas, die weggespoeld kunnen worden met karnemelk) of in Brussel (inclusief een restaurantbezoek), maar in een inspireren- de omgeving. In een theater, tijdens een festival, bij de opera. Gewoon in een café kan ook. Om samen te brainstormen en te constateren dat Belgisch bier anders smaakt dan Nederlands. Maar dat er zeker overeenkomsten zijn. Er zit in beide brouwsels alcohol.
Auteurs: Joop J. Daalmeijer en Guy Janssens
Dit stuk verscheen eerder in het tijdschrift Ons Erfdeel.


rss

















