Blog - Pleidooi voor een onafhankelijke, kritische en volwassen kunstkritiek

Pleidooi voor een onafhankelijke, kritische en volwassen kunstkritiek
Terwijl de theatersector ruziemaakt over repertoire en de verdeling van de middelen, worden bij de kranten de cultuurkaternen bijgestuurd. Gebeten om te weten? Onverantwoord interessant!
Een dezer dagen vallen de preadviezen van de verschillende commissies in de bus. Begin april vallen de definitieve beslissingen. In culturele middens wacht men nerveus af. Velen vrezen een bijltjesdag. Ondertussen – haast in stilte – broeit er het één en ander bij de cultuurkaternen van onze kwaliteitskranten. Subtieler en meer op het achterplan, maar daarom niet minder significant. Want terwijl de theatersector de laatste weken in het midden van het marktplein bakkeleide over repertoire en over de verdeling van de middelen, werden bij de kranten met toch wel merkwaardige synchroniciteit de cultuurkaternen bijgestuurd.
Voor sommige mensen en sommige plannen komt een crisis net op tijd.
Als de volgende subsidies verdeeld zijn, zal de culturele verslaggeving het in Vlaanderen zonder Geert Sels, Mark Cloostermans en allicht Wouter Hillaert moeten doen. Ze worden op een andere functie gezet, kappen er mee, of staan op het punt er de brui aan te geven. Bij één krant een malaise? Tot daar aan toe, maar dat tegelijkertijd bij twee kwaliteitskranten een bot mes in de cultuurberichtgeving wordt gezet, is niet alleen van het goede teveel, het is bovendien te veel op korte tijd om nog toevallig te zijn.
Een aantal recensenten slaat dan ook alarm. Niet één misnoegde, aan de kant gezette journalist. Nee. Meerdere journalisten bij verschillende kranten en audiovisuele media verenigen zich en richten het platform Press for more op. Bij de uitreiking van de cultuurprijzen laten ze voor het eerst van zich horen.
Het geval Sels is op zijn zachtst gesproken een merkwaardig staaltje van bedrijfsmanagement. Bij de Standaard heeft men de afweging gemaakt tussen bagage, expertise en ervaring enerzijds en een frisse blik anderzijds. Sels was aan iets nieuws toe en is intussen gepromoveerd tot adjunct-chef cultuur. Hij wordt niet meer geacht recensies of stukken over theater te schrijven. Dat mensen met anciënniteit binnen een krant doorschuiven naar een positie met meer verantwoordelijkheid is één ding, maar dat ze niet meer mogen doen waar ze ervaren in zijn en expertise in hebben is een vreemde zaak.
Hoe komt een krant er toe zoveel ervaring overboord te gooien? Wie bedenkt zo’n interne stoelendans? Het lijkt een tip uit één of andere Amerikaanse managementcursus, of de format van een flauw televisieprogramma. Je zou denken dat er na een week iemand opstaat en zegt: genoeg gelachen, weer aan het werk… Maar niets daarvan. Het is triest om zeggen, maar met zijn 43 en haast 20 jaar ervaring was Sels haast de nestor onder de recensenten. Op die leeftijd en met die kilometers op de teller kom je in het buitenland pas kijken.
Het verhaal van Hillaert en Cloostermans is enigszins anders. Ondanks jaren trouwe dienst blijft een journalist met een freelance statuut loslopend wild. Ook al loop je al jaren de poten van onder je lijf lopen om stukken te zien en verslag uit te brengen… Van nu af is het bij De Morgen – dat het overigens al bijna tien jaar zonder vaste coördinator podiumkunsten stelt - aan de vaste medewerkers van de cultuurredactie om de theaterberichtgeving op te volgen. Dat voor het gros van die mensen theater niet echt core business is schijnt er niet toe te doen.
Er kwam reactie vanuit de sector. Paul Schijvens (Rataplan/de Roma) stuurde een mail naar diverse theatergezelschappen om alarm te slaan. Een indrukwekkend aantal commissieleden ondertekende een opiniestuk om de situatie aan te klagen. De tekst werd noch in De Morgen, noch in De Standaard afgedrukt…
Het is niet sinds vandaag dat de kunstkritiek in het slop zit. In 2003 al pleitte Tom Rummens om voor de kunstkritiek binnen de sector zelf middelen te zoeken. Een ietwat naïef plan misschien en bovendien moeilijk te realiseren, maar Rummens voelde toen wel de bui al hangen. Na twee jaar bij De Morgen hield hij het dan ook voor bekeken en verkaste dan maar zelf naar de sector. Eerst naar Victoria, vervolgens naar de Brakke Grond. Toen hij bij De Morgen werkte, zo weet hij mij vanuit Amsterdam te melden, waren interviews van 7500 tekens als voorbeschouwing geen uitzondering. Van diezelfde voorstelling werd vervolgens nog eens een recensie gebracht van 3600 tekens. Nu bestaat een recensie bij De Morgen nog uit een slordige 2000 tekens. Soms zelfs 1200, godbetert. (Voor een goed begrip, u heeft er nu al zo’n 4300 opzitten.) Een sterrensysteem, hoe verfoeilijk ook, tot daar aan toe. Mits een deftige recensie kan één en ander nog verduidelijkt worden. Maar op 2000 , laat staan 1200 tekens (nauwelijks twee schamele paragrafen) kan niets verduidelijkt worden. Je kan op 1200 tekens namelijk niets, niet eens slordig door de plot gaan.
Deze naakte cijfers tonen aan hoe steil bergaf we gaan. Gevolg is dat theaters, net als voor de subsidies, zich meer en meer moeten verdringen voor een plaatsje in de krant. Maar er is meer. Stukken over podiumkunsten worden ad libitum doorgeschoven of geschrapt, voorstellen van journalisten geweigerd omdat de vraag om bekende koppen toeneemt. Als theatermaker ben je vandaag pas geschikt om geïnterviewd te worden als je ook bekend bent van televisie.
Mediadeals en commerciële overwegingen spelen vaker en vaker een rol in de culturele berichtgeving. Zo kan de lezer van De Standaard zich week na week amuseren met een column van Sam Degraeve of Rik Torfs die de slimste mens moet aanprijzen. Is dit oprechte redactionele interesse? Of zou het kunnen dat gemeenschappelijke belangen van beide mediagroepen hier spelen? Feit is dat de scheiding tussen het redactionele en het promotionele bij kranten duidelijk vager en vager wordt.
De plaats die wordt uitgetrokken voor culturele berichtgeving krijgt sinds een paar jaar alsmaar een marginalere plek in de lay-out van de krant. Bij De Morgen is het over en weer gevoyageer met de theaterpagina’s niet meer te volgen. Ooit was het Bis-katern haast integraal aan cultuur gewijd. Later kreeg het theater – zoals andere kunsten – twee pagina’s toegewezen. Vandaag moeten de theaterrecensenten het met driekwart pagina stellen.
Met papiergebrek kunnen deze inkrimpingen alvast niet te maken hebben. Met de weekendeditie van De Standaard of De Morgen kan je met gemak een gemiddelde inbreker omverleggen. De katernen en bijlagen schieten als paddestoelen uit de grond. Ik heb mijn brievenbus moeten verbouwen om De Morgen nog binnen te laten. Wax, magazine, vamos... Je vraagt wie het allemaal vezint. Voor alles blijkt er plaats behalve voor grondige, ernstige cultuuranalyse.
Eén of andere bolleboos moet er achter gekomen zijn dat kritische blikken op cultuur geen kranten doen verkopen. Kan best. Ik waag me niet aan dat soort studies. Blijkbaar dacht men daar zo’n tien jaar geleden nog anders over. En wat men er ook van denkt, cultuur is te belangrijk om onbesproken te blijven, al was het maar omdat er te veel publieke middelen naartoe gaan. Mensen hebben het recht te weten hoe theaters hun subsidies aanwenden en tot welk artistiek resultaat die subsidies leiden. Kranten hebben de plicht hun lezers daarover deftig in te lichten. De manieren om op een interessante, wervende manier over kunst en theater te schrijven zijn onbegrensd.
Het is aan kranten om een beeld te schetsen van de diversiteit van het kunstenveld, het is aan critici om voorstellingen te beoordelen en in te grijpen in de receptie van een voorstelling. Dan, en alleen dan, kan er in de maatschappij plaats zijn voor een volwassen debat. Te midden van publieke discussie over repertoire en subsidies, hebben lezers nood aan juiste, goede duiding. Het is bovendien door deze informatie dat kranten als De Standaard en De Morgen zich onderscheiden van andere kranten, en zich het label kwaliteitskrant –waar ze zo voortdurend mee uitpakken - mogen en kunnen toemeten. Of zijn gebeten om te weten en onverantwoord interessant niet meer dan holle slogans?
Een goede theatersector gaat hand in hand met strenge, doordachte, onafhankelijke kritiek. Om die te ontwikkelen hebben journalisten plaats nodig in de krant. En lezers en kijkers hebben meer dan ooit nood aan een goede berichtgeving om zich een weg te vinden in het complexe veld dat de kunstensector vandaag is. Zoals er diversiteit hoort te zijn in het theaterlandschap, zo hoort er ook diversiteit te zijn in de media. Rekto : verso is De Morgen niet, De Morgen is Het Laatste Nieuws niet.
Met Sels, Cloostermans en Hillaert dreigt veertig jaar theaterkijken en expertise verloren te gaan. We zeggen het niet vaak. Maar hoed af voor jongens en meisjes die het land afschuimen en 150 voorstellingen per jaar zien, die verbanden trachten te leggen, en (soms van de pot gerukte) analyses maken. Het theater én de krantenlezers hebben ze nodig.
Als in de kranten die zichzelf een kwaliteitslabel aanmeten deze verschraling doorgezet wordt, dan dreigt de papcultuur. Zij zullen worden als alle andere kranten. Nog meer eenheidsworst. Ze zullen met deze verschraling hun kwaliteitslabel verliezen. En op termijn ook lezers.
Auteur: Michael De Cock
Dit opiniestuk verscheer eerder op Knack.be


rss

















