Blog - Bestaat Van Puijenbroek wel? Media-eigenaren: wel exploiteren, niet informeren

Bestaat Van Puijenbroek wel? Media-eigenaren: wel exploiteren, niet informeren
Hoeveel invloed hebben de ‘echte eigenaren’ van de media, ofwel de aandeelhouders van krantenuitgevers en persbureaus, op de inhoud van het nieuws? Dat was een van de vragen die Mathilde Sanders zich stelde toen ze begon met haar journalistieke onderzoeksproject ‘Wie bezit ons nieuws?’ Onlangs benaderde ze de grootaandeelhouders van Nederlandse dagbladuitgevers en persbureaus voor interviews. Een aantal van hen weigert pertinent om in de publiciteit te komen. Hoe mediaschuw mogen exploitanten van de media zijn?
De vier belangrijkste aandeelhouders van de acht mediabedrijven die ik onderzoek, waren heel resoluut en kort van stof toen ik ze benaderde voor een gesprek. Ik kreeg ze niet aan de telefoon, maar via een medewerker lieten ze weten dat ze mij niet wilden spreken. Schriftelijk vragen stellen of een off the record-gesprek bleek evenmin mogelijk, ook niet voor ‘wetenschappelijke’ doeleinden.
Het ging om: Christian Van Thillo van De Persgroep (Volkskrant, Trouw, AD, Parool), Martijn van der Vorm van HAL Investments (FD), Peter Visser (NRC) van Egeria en de broers Alexander en Eduard Van Puijenbroek (De Telegraaf). De honderden journalisten van de kranten die deze heren bezitten, mogen zeven dagen per week non-stop vrijwel iedereen de hemd van het lijf vragen, ook allerlei mensen die belangrijke maatschappelijke posities bekleden. Maar de grootaandeelhouders van deze kranten kunnen zich de luxe van mediastilte permitteren.
De gebroeders Van Puijenbroek
De broers Van Puijenbroek heb ik werkelijk tientallen keren gebeld, maar ik kwam zelden verder dan een onprofessionele telefoniste van ‘Van Puijenbroek Textiel’ die mij steeds zonder succes probeerde door te verbinden. Ik heb allerlei mensen uit het gebouw in Goirle aan de lijn gehad, ook van andere ondernemingen, maar nooit een secretaresse van Van Puijenbroek, als die überhaupt bestaat.
Ik heb een paar keer gevraagd of ik mijn verzoek via e-mail kon indienen, maar dat was niet mogelijk. De telefoniste zou mijn naam en nummer doorgeven, zodat ze mij konden terugbellen, maar dat deden ze niet.
Toen werd ik plots met een gsm doorverbonden en kreeg ik Alexander van Puijenbroek aan de lijn. Hij was met vakantie in Portugal en zei dat ik een week later moest terugbellen. Na de zomervakantie werd ik – na een paar pogingen – eindelijk weer doorverbonden naar een Van Puijenbroek. Zijn voornaam ging me iets te snel en ook hij hoorde mij heel slecht, dus hij verbond mij door naar een ander toestel. Ik legde uit dat ik als journalist bezig was met een onderzoek naar de ‘eigenaren van het nieuws’ en dat ik hiervoor graag Alexander of Eduard Van Puijenbroek wilde interviewen omdat zij aandeelhouders zijn van De Telegraaf Media Groep. Terwijl ik nog aan de lijn was, legde hij mijn vraag snel voor aan Alexander (die op de achtergrond bijna te horen was). Het antwoord: “Nee, wij gaan hier verder niet op in. Waarom? Omdat we aan dit soort dingen sowieso niet meedoen.” Of hij doelde op interviews in het algemeen of op onderzoeksjournalistiek in het bijzonder werd mij niet geheel duidelijk, maar ik kreeg ook niet de kans om door te vragen. De hoorn hing er al op.
Christian van Thillo
Het Belgische telefoonnummer van Karin Poppe, de directieassistente van Christian van Thillo, kreeg ik opvallend snel toen ik naar ‘de persvoorlichting’ vroeg bij De Persgroep. Poppe reageerde vriendelijk, geduldig en beleefd op mijn interviewverzoek. “Ik vrees dat hij het niet zal willen doen. Hij heeft al veel interviews gedaan dit jaar en het is niet zijn gewoonte. Hij heeft ons gezegd dat hij dit jaar geen interviews meer wil doen.” Toch mocht ik een mail sturen (via haar) waarin ik moest vermelden of dit ‘in opdracht was of niet’ en wie ik nog meer zou gaan interviewen. Ze waarschuwde dat het even zou duren voordat ik antwoord zou krijgen, omdat Christian van Thillo een maand met vakantie was.
Een aantal weken later mailde ik haar opnieuw om te vragen wanneer ik het antwoord kon verwachten. Ze schreef: “De Heer Van Thillo heeft me laten weten dat hij niet op uw verzoek wenst in te gaan. Ik hoop dat u daarvoor begrip kan opbrengen.” Ik besloot te bellen en vroeg haar waarom hij niet wilde meewerken. “Hij wil dat principieel niet. Tenzij er iets over zijn werk te communiceren is, geeft hij geen interviews.” Dus ik vroeg of hij ook niet een off-the-record-achtergrondgesprek wilde voeren voor mijn onderzoek. Ze vervolgde nogal streng en dwingend: “Het heeft geen zin om aan te dringen, mevrouw. Hij gaat het gewoon niet doen. Hij zal ook geen vragen via de mail beantwoorden.” Toen vroeg ik of Christophe Convent, de zwager en rechterhand van Van Thillo, wel kon spreken. Nee, dus. “Ik zeg u dat ze het niet gaan doen. Ook Christophe Convent niet.”
Martijn van der Vorm
Bij Martijn van der Vorm in Monaco, liep de communicatie via Martine Astles die de telefoon opnam bij HAL Holding N.V. Zijn secretaresse was met vakantie dus ze vroeg me in het Engels of ik mijn verzoek aan haar wilde mailen, zodat zij het aan hem kon voorleggen. “He travels quite a lot”, zei ze, dus het kon wel even duren.
Binnen anderhalf uur kreeg ik via haar de volgende tekst terug: “Geachte Mevrouw Sanders, Aangezien ik geen prijs stel op publiciteit, geef ik nooit interviews. Vriendelijke groet, Martijn van der Vorm”. Ik antwoordde per mail dat het gesprek ook off-the-record kon zodat ik hem dan helemaal niet zou citeren. Ik gaf aan dat het mij eigenlijk vooral ging om de achtergronden, zodat ik het beeld volledig krijg voor mijn boek. Ook liet ik weten dat ik met hetzelfde onderwerp bezig was bij de universiteit. Wie weet zou ik als ‘wetenschappelijk onderzoeker’ meer kans maken? Astles antwoordde: “Kindly be advised that Mr. van der Vorm is currently travelling and will get back to you upon his return.” Daarna heb nooit meer iets gehoord. Ook niet na mijn voorstel om eind augustus even op bezoek te komen bij het kantoor van HAL Holding B.V. op de Avenue des Citronniers in Monaco.
Peter Visser
Peter Visser van Egeria kreeg ik ook niet aan de lijn. Office manager Marinda Kalkhuis voerde namens hem het woord. “De aanvraag voor een interview heb ik voorgelegd aan Peter Visser. Hij heeft besloten om niet op onderstaand verzoek in te gaan.” Dus ik belde om te vragen waarom. “Normaal gesproken werken we aan journalistieke interviews bijna nooit mee. Het is een beetje lastig voor Egeria. Ik weet niet waarom. We brengen wel persberichten uit naar aanleiding van financiële transacties, maar verder worden onze managing partners niet geciteerd of geïnterviewd. Peter Visser is nu op vakantie en pas over drie weken terug.”
Ik mailde haar: “Nogmaals – off-the-record spreken kan ook – dan zou ik dus niemand citeren, maar wel de achtergronden horen zodat ik het beeld volledige krijg voor mijn boek, maar ook voor het onderzoek naar zelfde thema dat ik voor de VU wil doen.” Zij schreef terug: “Ik zal het verzoek na de vakantie van Peter Visser nog eens aan hem voorleggen. Mocht hij alsnog interesse hebben dan laat ik het weten.”
Ik hoorde niets meer, dus stuurde ik nog een bericht waarin ik liet weten dat ik al afspraken had staan met vijf andere ‘eigenaren van het nieuws’: Guido van Nispen (ANP), Els Swaab (Persgroep), Tom Toumazis en Stephen Davidson (Mecom) en Tim Klein (GPD). Dit keer reageerde Miranda Kalkhuis met nog maar één zin: “Peter Visser ziet af van medewerking aan het onderzoek.”
Bram Bloemberg
Bij Novum Nieuws sprak en mailde ik met de algemeen directeur, Bram Bloemberg, die namens de eigenaren van dit persbureau het woord voert, omdat “zij liever niet op de voorgrond treden”. Het zou gaan om “drie privépersonen” van wie hij de namen niet bekend wil maken, omdat Novum Nieuws “geen informatie geeft over wie de eigenaren zijn”. Bloemberg ontkende niet dat Jan Riemens, bij wie ik een interviewverzoek indiende, indirect aandeelhouder is.
Ik mag de vragen die ik heb voor Jan Riemens mailen aan Bram Bloemberg. Hij raadde mij wel aan om mij “minder partijdig” op te stellen. Hij is het niet eens met de insteek van mijn onderzoek en vindt dat ik “eenzijdige conclusies” opschrijf en “maar wat dingen roep”. Als ik mij anders opstel en een andere insteek kies, zou Novum Nieuws sneller geneigd zijn om mee te werken aan mijn onderzoek en het misschien zelfs willen “sponsoren”, aldus Bloemberg.
Politici
Ik ben van plan om het verslag hierboven voor te leggen aan een aantal politici, zoals Martin Bosma van de PVV. Ik wil ze voorstellen om hierover vragen te stellen in de Tweede Kamer. Misschien zijn ze in het parlement net zo verbaasd als ik over hoe ontoegankelijk en gesloten de aandeelhouders van sommige mediabedrijven zijn voor een freelance onderzoeksjournalist zoals ik in het bijzonder en waarschijnlijk ook voor de pers in het algemeen. U kunt – als donateur – de reacties van politici op mijn verhaal binnenkort lezen op Nieuwspost.
Auteur: Mathilde Sanders
Dit artikel verscheen eerder op DeNieuweReporter.nl
Het onderzoeksproject van Mathilde Sanders wordt gefinancierd middels crowdfunding. Donaties zijn van harte welkom op Nieuwspost.


rss

















