Blog - De obsessie met twitter

De obsessie met twitter
Op zich kan het geen kwaad dat deze krant gebruik maakt van nieuwe soorten bronnen, zoals Facebook en Twitter, vindt Tom Naegels. Maar vooral Twitter wordt een overdreven belangrijke status toegekend.
Op Twitter regent het altijd. Het lijkt wel België. Er mag niets gebeuren of je leest in de krant dat het er klachten, felicitaties, commentaar of verontwaardiging gerégend heeft. Ga je dan kijken, dan blijkt het om twintig à dertig druppels te gaan. Met zo'n barometer komt een mens nooit buiten.
Ik denk dat de krant te veel belang hecht aan wat er op die site te lezen valt. Het is een te makkelijk alternatief geworden voor de voxpops, de straatinterviews waarmee vroeger - op tv nog altijd - een volkse toets werd gegeven aan een serieuzer onderwerp, door naast experts ook 'de gewone man' aan het woord te laten. Bovendien overdrijft men haast systematisch het aantal reacties, en doet men alsof die symbool kunnen staan voor een hele bevolking. Tot slot, laatste argument, lijkt het erop dat men vooral wil delen in het hippe imago van de site. Waarom wordt er anders nooit geciteerd uit skynetblogs.be, hln.be, de lezersbrievenrubriek van Humo of Dag Allemaal, of het eigen standaard.be?
Neem de rubriek in DSWeekblad, waarin elke week de 'trending topics op Twitter' worden overlopen. Die heet: 'Waar heeft de wereld het over?' Onder verstaan: de ganse wereld - voor vijf hashtags die in totaal enkele honderden reacties omvatten.
Wat was de titel van het stuk over de compensatieregeling die Pukkelpop voorstelde? 'Chokri, het volk mort' (DS 19 oktober). Het hele volk - terwijl het om een twitterdiscussie tussen enkele tientallen ging, van wie er twee geciteerd werden.
Ik klik door naar het ernstige, boeiende stuk 'Portugezen staan voor draconische besparingen' (DS 15 oktober). Hoe vangt dat aan? 'Van droge berichten tot minder droge cartoons, half Portugal koelde vrijdag zijn woede op Facebook en Twitter.' Half Portugal nog wel!
En ik eindig mijn onvolledige overzichtje met een online verhaal: 'Verontwaardiging in Nederland over filmpje Beatrix' (DS 20 oktober). Blijkbaar had het tv-programma De Wereld Draait Door een satirisch filmpje uitgezonden waarin de dood van de koningin werd aangekondigd. Een aantal mensen vond dat niet kunnen. Pardon, ik herformuleer: 'Op Twitter régent het klachten over het filmpje.'
Het gaat om lyrische overdrijvingen, dat begrijp ik wel. Maar toch: ik krijg de indruk dat alles waar mensen op Twitter over in gesprek geraken, behandeld wordt als een nieuwe volksbeweging. En omgekeerd: er kan geen kwestie de krant halen, of er moet toch ten minste één tweet geciteerd worden, om aan te tonen dat 'het thema leeft'. En dat terwijl men zich goed bewust is van het ware belang van de site. Mediajournalist Dominique Deckmyn schreef afgelopen week nog in zijn column: 'Twitter is een erg gesloten en in zichzelf gekeerd wereldje geworden (...) Al te vaak is het de echokamer waarin een klein groepje Twitterati vooral zichzelf hoort en versterkt (...) Politici en bedrijven beseffen niet ten volle hoe ver Twitter afstaat van de doorsneeburger. En hoezeer mensen zich daar buitengesloten beginnen te voelen' (DS 19 oktober).
In een van de taalbijlagen van afgelopen week lees ik zelfs een bijdrage waarin het hele concept wordt uitgelegd als aan iemand die er nog nooit van gehoord heeft. 'Twitter.com is een gratis internetservice die je boodschap de wereld rondstuurt op het ogenblik dat je ze schrijft. Die boodschap, in vaktaal een tweet, is doorgaans een kort antwoord op de vraag: “waar ben je nu mee bezig?,' (DS 17 oktober). Dan kun je toch niet volhouden dat die site 'de stem van het volk' uitdrukt?
Bovendien voel ik aan dat journalisten van klassieke media zich eigenlijk vaak ergeren aan het hetzeachtig geklets online. Dat uit zich in het gebruik van gekleurde termen als 'nog zo'n twittermaniak' (DS 14 oktober), 'de twittergekke Van Quickenborne' (DS 18 oktober) of 'goeroes' voor mensen die wél enthousiast zijn over de sociale media. Waarom ga je dan zo dikwijls kijken wat er gezegd wordt?
Ik zou dan ook adviseren, niet om Twitter of Facebook te negeren, maar om er rustiger en gedoseerder mee om te gaan. Niet alles wat daar verschijnt, hoeft in de krant. Ik denk aan de steunpagina voor de Luikse metallo's op 'die rond 15 uur vanmiddag al 1.400 leden telde. Ook op Twitter wordt druk commentaar gegeven op de geplande sluiting van de warme lijn' (DS 13 oktober). Ik heb gekeken: ik zag twaalf tweets. En er mogen zich dan 1.400 Facebookleden gemeld hebben binnen de dag, toen ik gisteren checkte - bijna twee weken later - stond de teller nog altijd maar op 1.698. Laat die mensen toch hun steun betuigen. Sowieso denk ik niet dat veel mensen die iets online posten - het mag dan op een publiek medium zijn - dat doen in het besef, of met de bedoeling, dat dat door de megafoon van de klassieke media wordt versterkt. Laat ze dan in hun eigen media-omgeving doen wat ze daar willen doen.
Eigenlijk is Twitter voor een journalist vooral nuttig als alternatief persagentschap. Zoals in dit stuk: 'De drie mobiele telefonie-operatoren die in België actief zijn, hebben zich elk kandidaat gesteld voor een 4G-licentie. Dat heeft minister van Economie Vincent Van Quickenborne via Twitter laten weten' (DS 20 oktober).
Alhoewel. Als hij dat nu per telefoon had gedaan. Zou dat dan ook zijn vermeld?
Auteur: Tom Naegels
Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard.


rss

















