Blog - De wegdroomfactor

De wegdroomfactor
Het is niet omdat je je onafhankelijkheid onder aan een reisreportage vermeldt, dat je ook onafhankelijk bent, schreven enkele lezers. Tom Naegels geeft hen ten dele gelijk.
Het ene brengt het andere mee, dat is voor een ombudsman niet anders dan voor een gewone sterveling. In mijn bijdrage van vorige week had ik kort aangegeven dat onder de reisreportages in DS Magazine sinds kort een disclosure staat afgedrukt, die zegt: 'De Standaard doet aan onafhankelijke reisjournalistiek. Deze reis werd ons aangeboden, maar zonder afspraken over of beïnvloeding van de uiteindelijke waardering ervan.' Enkele lezers reageerden daarop met: 'Jamaar ja. Maak je je er zo niet te gemakkelijk vanaf?'
Hun redenering gaat als volgt: 'Als een journalist meegaat op een voor hem georganiseerde en betaalde persreis, dan mag er nog afgesproken zijn dat hij helemaal vrij is te schrijven wat hij wil, hij zal die reis niettemin anders beleven dan iemand die alles op eigen houtje doet. Nooit zal hij worden lastiggevallen door opdringerige straatverkopers, hij dineert nimmer in een onhygiënisch restaurant, de kans dat zijn hotelkamer dubbel werd geboekt is onbestaande, en al evenmin zal het hem overkomen dat de werknemers van wat ter plekke 'de toeristische sector' heet, hem de godganse dag schaapachtig staan aan te grijnzen, omdat ze alleen het lokale dialect blijken te beheersen. De organisator hoeft dus geen druk te zetten om een wervend verslag in de krant te krijgen - er moet al echt iets serieus misgelopen zijn, voor die journalist níet met een positief gevoel weer huiswaarts keert.'
Dat snijdt hout, denk ik. 'En het is ook een van de redenen waarom die disclosure daar staat', zegt Sam Delbeke, coördinator van Reizen. 'Zodat je dat weet.'
'Al wil ik dat ook relativeren. Ten eerste: niet al onze reportages zijn het resultaat van een georganiseerde persreis. Als eigen redacteurs in hun vakantie een interessante trip hebben gemaakt, dan schrijven ze daar achteraf soms een stuk over. Dan gaat het wel om reizen die ze hebben gemaakt zoals ieder ander mens. Bovendien tracht ik bij de selectie van de persreizen rekening te houden met de kennis en persoonlijkheid van de journalist. Met veel 'professionele reisjournalisten', freelancers die de ene persreis na de andere maken, werk ik liever niet, omdat ik vind dat ze te dicht bij de sector staan, en te uniform, kritiekloos werk afleveren. Zo heb ik nu Marijke Arijs uitgestuurd op een georganiseerde trip naar Spanje. Zij recenseert onder meer Spaanse literatuur voor De Standaard der Letteren, ze is vertaalster uit het Spaans, ze kent Spanje door en door. Filip Huysegems, die Latijns-Amerika goed kent, ging op strandvakantie naar Cuba. Telkens druk ik hen op het hart dat ze niet slaafs het programma hoeven te volgen. Daar komt bij dat we overeenkomsten hebben met The Guardian en The Telegraph, waaruit ik interessante verhalen kan laten vertalen en overnemen.'
Goesting
Dat neemt niet weg dat het uiterst zelden voorkomt dat een reisverslag echt kritisch, laat staan negatief van toon is. Lees ik de bijdragen van de afgelopen maanden, dan is het gebruikelijker om de redacteur 'overdonderd' te zien door 'brute schoonheid' (12 mei), of hem te voelen 'trillen van opwinding' en 'rillen van genot' (5 mei). Het is standaard om te lezen dat Helsinki 'een betoverend amalgaam van architecturale stijlen' te bieden heeft (28 april), dat India 'een bom van kleur en geluid midden in een sprookjesachtige wereld' is (21 april), of dat Rijsel 'hip' is en 'volgens insiders minstens evenveel te bieden heeft' als Parijs (7 april). De uitzondering die de regel bevestigt is het spottende verslag van Vicky Vanhoutte over haar week op een chique cruise (14 april) tussen Singapore en Hongkong.
Delbeke: 'Ik herinner me een ronduit negatief artikel in Trouw over Sicilië, waarvan ik schrok omdat het zo ongewoon was. Dat zegt wel iets over het genre: harde kritiek is inderdaad not done. En eigenlijk zou dat wel vaker mogen. Ik hou ook niet van al te lyrische beschrijvingen van natuurschoon en dergelijke. Maar anderzijds: je bent wel op vakantie. Er mag een zekere 'wegdroomfactor' bij komen kijken. We zijn geen consumentenmagazine, dat een product uittest voor lezers die overwegen het te kopen. Een reisreportage moet in het algemeen goesting geven om te reizen. Dat zorgt sowieso voor een positieve, opgewekte grondhouding.'
Het genre is denk ik ook hier bepalender dan het strakke 'wiens brood men eet, diens woord men spreekt.' (Vicky Vanhoutte meldt bijvoorbeeld dat ze van de organisator van de cruise, die haar reis betaald heeft, geen enkele negatieve reactie ontvangen heeft op haar kritische stuk.) Zoals bij veel andere vormen van journalistiek over 'de goede dingen des levens' (lifestyle, culinaria) is het simpelweg niet de gewoonte om op dat goede veel af te dingen. De lezer verwacht niet dat er iets voor hem wordt gerecenseerd (zoals dat wel gebeurt in de Letteren, of op de culturele pagina's, waar de journalisten hun boeken of theatertickets ook gratis krijgen, maar in hun geval in de wetenschap dat de kans op een negetief oordeel zeer reëel is); hij verwacht ook niet dat hij grondig wordt geïnformeerd over de minder aangename aspecten van het bedrijf waar hij zijn geld aan geeft. De Standaard heeft ervoor geopteerd om, binnen de grenzen van het genre, een aantal keuzes te maken die een meer kritische en onafhankelijke reisverslaggeving mogelijk maken, maar dat blijft uitdrukkelijk 'binnen de grenzen van het genre'.
En vanuit het standpunt van een organisator die een reis te verkopen heeft, het moet gezegd, biedt dat genre wel veel mogelijkheden.
Auteur: Tom Naegels
Deze column verscheen eerder in De Standaard.


rss

















