Blog - Waar blijft het krantenrapport?

Waar blijft het krantenrapport?
Meten is weten, zo leerde het ziekenhuisrapport in De Standaard. Tom Naegels suggereert een soortgelijke rapportering voor nieuwsmedia. Dan zie je vanzelf in welke richting een pad naar verbetering kan lopen.
Soms maak ik bruuske gedachtesprongen. Bij aanvang van de uitstekende reportagereeks 'het ziekenhuisrapport' las ik in het commentaar (19 mei): 'De Standaard heeft die verontrustende gegevens... niet “uitgevonden,, maar gewoon gevonden. De rapporten lagen in de laden van de Vlaamse zorginspectie, die ze heel zorgvuldig had opgesteld.'
En ik dacht: waarom maakt men over ons niet zulke rapporten?
Met 'ons' bedoel ik dan allereerst deze krant, De Standaard, maar bij uitbreiding liefst ook: ons, de nieuwsmedia. Uiteindelijk bieden wij ook een vorm van publieke dienstverlening. De kwaliteit daarvan wordt geregeld publiek in vraag gesteld. Maar debatten erover lopen steevast dood, omdat er geen harde gegevens beschikbaar zijn. Hoeveel fouten worden er gemaakt? Welke? Door wie? Welk traject zullen we opstellen om dat te verbeteren, en hoe kan men ons daarop afrekenen?
Vorige week was ik te gast in Kopenhagen op de jaarlijkse conferentie van de Organization of News Ombudsmen, die ombudsmannen van nieuwsmedia van over de hele wereld verenigt. Er werd onder meer een rapport voorgesteld van de Australische openbare omroep ABC, een van de weinige die systematisch de kwaliteit van de eigen berichtgeving laat controleren. Daarvoor vraagt de omroep ervaren journalisten, niet verbonden aan ABC, om een reeks van honderd tot honderdvijftig willekeurig gekozen radioreportages over te doen. Daarvoor gingen die controleurs terug naar de bronnen die de journalisten gebruikt hadden. Vervolgens plaatsten ze de reportage op een schaal van accuraatheid. Andere doorlichtingen - met een andere methodologie - focusten op onpartijdigheid. Tot dusver heeft ABC negen kwaliteitscontroles laten uitvoeren. De zender lijkt weinig te hebben om zich over te schamen: de accuraatheid schommelde telkens rond de 90 procent, soms zelfs hoger. Wel werden er verschillen vastgesteld tussen de regionale en de nationale verslaggeving. En men weet welke fouten er typisch gemaakt worden, dus kan men daaraan werken.
Zo. Als er een publiek debat ontstaat over de berichtgeving van ABC, kan de zender dat in perspectief plaatsen. Men weet of er een structureel probleem wordt benoemd, of een uitzondering beweend. Hier kan dat niet. In dit land, zoals op de meeste plekken in de wereld, is iedereen - zowel de redacties als het publiek - de speelbal van perceptie. Vier klachten is 'een lawine', drie fouten 'de teloorgang van de kwaliteit'. Onder het publiek leeft er een betrekkelijk sterk sentiment dat redacties (veel te) veel fouten maken, dat die zeker niet allemaal correct worden rechtgezet (en indien wel, dan erg klein), en dat het erger is dan vroeger. Journalisten hebben dan weer de neiging om op die boze veralgemening te reageren met sussende relativering - zelfs minimalisering. Maar het is een eeuwigdurende, zinloze ruzie. We praten in het ijle. Zolang niemand cijfers heeft, varen nieuwsorganisaties blind.
Laat me hetzelfde commentaar over de ziekenhuizen citeren: 'Er is goed nieuws. Een groot deel van de Vlaamse ziekenhuizen besloot onlangs zich aan te sluiten bij internationale accrediteringsorganismen. Die organismen controleren en rapporteren systematisch of ze wel volgens de “laatste stand van de wetenschap, behandelen. Zulke kwaliteitscontroles brengen een opwaartse kwaliteitsspiraal tot stand en leveren de burgers en patiënten straks veel betere kwaliteitsinformatie.'
'Internationale accrediteringsorganismen' bestaan er niet voor nieuwsmedia. Maar een opwaartse spiraal kan klein beginnen. Ik zou het een geweldig idee vinden indien De Standaard het voortouw nam met het instellen van een vorm van systematische kwaliteitscontrole - liefst met publieke rapportage. Mogelijk is een methode die de Australische openbare omroep zich kan permitteren, niet geschikt voor een Vlaamse krant, maar er bestaan andere, lichtere, goedkopere vormen. Net als voor een ziekenhuis of een school, is het voor een nieuwsorganisatie en haar publiek van belang te weten of men de eigen doelstellingen haalt en, zo nee, aan welke punten men moet werken. Je kan niet afgaan op de klachten of correcties die lezers spontaan insturen, of de debatten die van tijd tot tijd losbreken - de kans op subjectieve vertekening is veel te groot. Je moet wéten. In de allereerste plaats in je eigen belang. Waarom je altijd weer in de hoek laten dringen door hen die roepen: 'Geen hond gelooft ze nog!' als je daarop zou kunnen antwoorden: '10 procent fouten. We werken eraan. En hoe staat het nog bij u?'
Om die reden zou ik het overigens aan elke nieuwsorganisatie willen adviseren. Het zou een enorme stap voorwaarts betekenen in de zelfregulering van de sector, zonder dat er daarom moet worden gegrepen naar onpopulaire sancties of verplichtingen. Stel je voor dat alle nieuwsmedia zeggen: 'Wij nemen onze geloofwaardigheid au sérieux. Wij laten dus de eigen foutenratio onafhankelijk vaststellen. Wij maken de resultaten van dat onderzoek publiek. En we stellen een plan op, indien nodig, om het percentage fouten tegen pakweg volgend jaar te doen dalen.'
Als ik écht ga dromen, dan laat zo'n controle zelfs toe te vergelijken tussen titels. Waarom zouden we bang zijn voor onze eigen schaduw?
Auteur: Tom Naegels
Deze column verscheen eerder in De Standaard.


rss

















