over Mediakritiek
 | 
Archief
 | 
Contact
 | 
Rss feeds
 | 
Downloads
Home > Blog > Auteurs > Ides Debruyne
 
rss rss

Ides Debruyne

reageer
print dit bericht
mail naar een vriend
voeg toe:
Plaatsen/stemmen op Bligg.be
Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us
Plaatsen/stemmen op Digg
Maak een notitie op deze pagina met Fleck
Maak een online bladwijzer met Google Bookmarks
Plaatsen/stemmen op MSN Reporter
Voeg toe aan je favorieten op Technorati
Voeg toe aan je Facebook-profiel
Abonneer je op de RSS-feed van deze site
auteur : Ides Debruyne
financiering
 

Onderzoek zoek

10-03-2008 10:13:18

Met veel plezier heb ik het artikel ‘Leve de perssteun!’ (rekto:verso nr. 27, januari-februari 2008) van Karl van den Broeck (hoofdredacteur van Knack) gelezen. Op heel veel punten ging ik akkoord met zijn analyse en met zijn punten van kritiek op het werk van Jan Blommaert en de reactie van Marc Reynebeau daarop. Toch had ik nog wat punten en komma’s willen toevoegen.

Zo catalogeert van den Broeck de stellingen van Blommaert dat ‘nieuws, duiding en meningen koopwaar zijn geworden’ en dat ‘de media zowel als de politiek gevangen zit in een mercantiele logica’ als ouderwets links. Maar is het niet louter een objectieve vaststelling dat de media vandaag binnen een markt opereren en zo in de eerste plaats focussen op winst? Daar is op zich niets mis mee. Wat wel tot nadenken stemt, is dat binnen dat systeem van mediavermarkting de kostprijs een doorslaggevende rol speelt in wat we op ons bord krijgen. Duiding, onderzoeksjournalistiek, correspondenten in het buitenland en diepgravende reportages van eigen bodem raken zo in het nauw.

De commerciële druk zou redacties alerter gemaakt hebben voor wat leeft bij het publiek, dixit Reynebeau. Helaas is die publieksbehoefte ondergeschikt geworden aan de kostprijs van een journalistiek product. Het klopt dat journalisten zaken willen brengen die het publiek met veel interesse zou verslinden. Ze zijn erop gebrand hun tanden in een vettig dossier te zetten. Alleen botsen ze vaak op financiële grenzen. Veel populairder, want goedkoop, is nieuws afkomstig van persagentschappen. De mediabedrijven hebben daar naast de overheid ook zelf in geïnvesteerd.

Resultaat: alle media raken gefixeerd op loutere verslaggeving, op het snelle ad hoc nieuwsbericht waarmee je zelfs zonder dossierkennis een medium kan vullen. Terwijl hun publiek de illusie blijft koesteren goed geïnformeerd te worden…

Was het vroeger beter?

De context verschilde. De lokale en regionale machten speelden de hoofdrol, terwijl die nu nog nauwelijks meetellen. Er was de verzuiling, en het bleek een goede zaak voor de kwaliteit van de media dat die zuilen nu verdwenen zijn. Alleen, is dat wel zo? Het is interessant om te merken dat in bepaalde debatten plots weer een verzuilde onderstroom komt bovendrijven. Over heel wat dossiers (paars, cannabisgebruik, adoptierecht voor homoparen,...) ken je al op voorhand de standpunten van de verschillende opiniemakers. De zuilen zijn weg, maar de grondvesten staan er nog.

Vroeger was de samenleving minder complex, minder georganiseerd en minder gespecialiseerd. Wie gestudeerd had, kwam al een heel eind. Nu zijn er de pr-machines, bemand met mensen die hun materie kennen als hun broekzak. Vroeger viel het nationale vlak ook perfect samen met ‘het binnenland’. Nu ligt dat iets moeilijker. Sommige nationale staten hebben heel wat van hun macht afgestaan aan de deelstaten. Ook opereren ze veel meer in internationaal verband: Benelux, Europese Unie, Navo, VN, Eurozone, Schengenlanden. Binnen- en buitenland zijn vage begrippen geworden.

Vroeger werd er dan ook beter over de politieke macht bericht dan nu. Het was voor iedereen duidelijk dat het federale niveau het voor het zeggen had. Studies tonen aan dat anno 2008 meer dan tachtig procent van de wetgeving tot stand komt in de EU. Daar zit op dit moment de macht. Maar helaas berichten onze media daar niet of nauwelijks over, of het is over Europees voetbal. Als kritisch oog op de macht laten de huidige media dus ernstige steken vallen. Je kunt hen moeilijk nog beschouwen als watchdogs van de democratie.

Leve de perssteun

Karl van den Broeck schrijft: ‘Vooral lifestyle, human interest en achtergrond bij het nieuws hebben aan plaats gewonnen. Maar dat is nog iets anders dan artikels die het intellectuele en politieke debat kleuren in de vorm van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek, essay, (kunst)kritiek of polemiek.’ Klopt. We stellen vast dat onderzoeksjournalistiek op de wereldwijde mediamarkt nog nauwelijks plaats krijgt, terwijl een woordje uitleg in deze tijden meer en meer noodzakelijk wordt om het geheel te begrijpen. De behoefte aan duiding en diepgang groeit en media die daarop inspelen, winnen. Denk maar aan kwaliteitsbladen als The Economist. Ze brengen analyses die er toe doen, en hun oplage blijft stijgen. Toch blijkt onderzoeksjournalistiek in de huidige economische context op sterven na dood. Bestaan er dan geen alternatieve economische modellen waarin onderzoeksjournalistiek kan gedijen?

De hamvraag is: waar halen we het geld om onderzoeksjournalistieke projecten te ondersteunen? Amerikaanse organisaties vinden financiering door een overheid of een vakbond ondenkbaar. Zij kunnen rekenen op trusts en foundations, opgericht door bedrijven of mensen met veel te veel geld, die willen investeren in initiatieven zoals Public Integrity (http://www.pubicintegrity.org), the Center for Investigative Reporting (http://centerforinvestigativereporting.org) of the Fund for Investigative Journalism (http://www.fij.org). In Europa bestaat die traditie alleen in de Angelsaksische en Scandinavische landen. Hoe zit het hier?

‘Tot diep in de jaren negentig van de vorige eeuw bestond er in Vlaanderen zoiets als perssteun. Jaarlijks pompte de overheid (eerst de nationale of federale overheid en nadien de gewesten of gemeenschappen) vele tientallen miljoenen franken in de pers.’ Wie Karl van den Broeck leest, zou haast denken dat de Vlaamse overheid niet langer geld in media stopt. Dat is ook niet evident. Europa loopt niet warm voor het idee dat overheden rechtstreekse subsidiesteun verlenen aan privébedrijven, zoals die achter de media vandaag. Dat kan alleen nog onder strikte voorwaarden. Maar daarover berichten media heel zelden. Dat de Yves Desmets van deze wereld onder geen beding van overheidssteun willen afhangen, siert hen. Alleen is de werkelijkheid anders.

De mainstream media in Vlaanderen worden rechtstreeks en onrechtstreeks immers stevig gesubsidieerd. Eerst zijn er de publieke media. Naast de VRT (€ 250 miljoen) worden ook heel wat andere media door de staatskas gespijsd: Brussel deze Week, FM Brussel en TV-Brussel. Het VAF heeft een bestedingsverplichting van € 2,5 miljoen aan de diverse televisieomroepen. Een protocol tussen de Vlaamse overheid en de geschreven pers regelt € 1 miljoen projectsteun voor de ‘vrijwaring en valorisatie van de aanwezige kennis op de redacties’. Het project ‘Kranten in de klas’, dat middelbare scholieren doet kennismaken met de Vlaamse dagbladen als informatiebron, kost € 1,2 miljoen.

De media krijgen ook indirecte steun. De overheid adverteert in de media en subsidieert de distributie. Beroepsjournalisten krijgen reductie op de trein en mogen gratis mee met regeringsvliegtuigen. De Vlaamse Vereniging van Beroepsjournalisten en de Raad voor Journalistiek (€ 223.000), de Vlaamse Regulator voor de Media voor het toezicht op de mediaregelgeving en het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek (€ 250.000) krijgen elk een bescheiden subsidie. Daarnaast financiert de Vlaamse overheid nog heel wat projecten die veel geld kosten en die direct en indirect de media steunen, zoals het Elektronisch Nieuwsarchief Vlaanderen, onderzoeksprojecten onder de IBBT-vleugels (FLEET e.a),… Allemaal lovenswaardige en zeker noodzakelijke steun, maar zijn de verhoudingen binnen dat ruime budget van ettelijke miljoenen euro’s wel in proportie?

Nood aan herverdeling

Het is sterk dat Karl Van den Broeck het thema van overheidssubsidie durft aanhalen. Ik heb weinig hoofdredacteurs hierover open en bloot weten schrijven. En de suggesties die hij doet, onderschrijf ik ten volle. Niettemin ontbreekt op zijn lijstje een belangrijk punt. Hoe bevorder je de onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen? Momenteel wordt aan onderzoeksjournalistiek maar € 250.000 besteed via het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek vzw. Met zijn werkbeurzen is het Fonds Pascal Decroos wereldwijd een van de veertig organisaties die onderzoeksjournalistiek promoten en financieren (in 1980 waren dat er drie). Daarnaast is er in Vlaanderen de Vereniging van Onderzoeksjournalisten, die Vlaamse en Nederlandse journalisten samenbrengt en hen laat kennismaken met goede praktijkvoorbeelden en de nieuwste onderzoekstechnieken. Dit soort non-profit mediaorganisaties zullen door de stijgende marktdruk op traditionele media aan belang winnen, zegt de stichter van het in Washington gevestigde Public Integrity, Charles Lewis. Zij kunnen volgens hem en anderen inspelen op de werkelijke behoefte van het publiek.

Via het systeem van het Fonds Pascal Decroos blijft de inmenging van de overheid bovendien gevrijwaard. Het Fonds Pascal Decroos is een onafhankelijke en neutrale organisatie. De juryleden die beslissen over de aanvragen, doen dit anoniem. Ook de bestuursleden weten niet wie de aanvragers en zelfs niet wie de juryleden zijn. De beurzen worden gestort op de girorekening van de journalisten, niet op die van de redacties. En niet de uitgever wordt gefinancierd, maar het project. Zo’n beurs is uiteraard geen garantie voor kwaliteit, maar de kansen op kwaliteit groeien aanzienlijk. De vele prijzen die gesubsidieerde projecten al mochten ontvangen, zijn daarvan het levende bewijs. Ook de media waarin het eindresultaat wordt gepubliceerd, genieten van de kwaliteit en originaliteit van het project.

Je hoeft dus niets nieuws uit te vinden om de kwaliteit van de journalistiek te verbeteren, alleen wat schuiven met budgetten. Het Fonds Pascal Decroos heeft na tien jaar zijn nut wel bewezen, zelfs met zijn tot nu toe heel beperkte jaarbudget voor werkbeurzen (€ 125.000). Ik schrijf natuurlijk voor eigen winkel, maar stel nu – een utopie – dat we een journalist (of een groep journalisten) gedurende een jaar kunnen vrijstellen om op een dossier te werken. Het resultaat zou navenant zijn. En dan is een jaar research nog niet erg lang. Scenarioschrijvers en literaire auteurs hebben daar wel ervaring mee. Waarom geen journalisten? Als de overheid echt bezorgd is over de kwaliteit van onze media, dan investeert ze veel meer in dergelijke projecten.

(Ides Debruyne is directeur van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek en bestuurder van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten)

Dit artikel werd gepubliceerd in rekto:verso (Nummer 28 - maart-april 2008)

 

 

Reacties: 0

Terug
U kan geen reacties ingeven.
rss rss

reacties

archief

2010 | 2009 | 2008

auteurslijst

  • Filip Verhoest
  • Karel Platteau
  • Karin De Ruyter
  • Francis Doornaert
  • Leo Neels
  • John Vandaele
  • Tom Cochez
  • Stijn Debrouwere
  • Peter Casteels
  • Edward Claessens
  • Christel van de Burgt

Meer auteurs

tags

  • FPD (18)
  • Ethiek (94)
  • Televisie (54)
  • Radio (11)
  • Printmedia (115)
  • Online media (97)
  • Politiek (35)
  • Buitenland (27)
  • Economie (11)
  • Sport (5)
  • Cultuur (6)
  • Perssteun (36)

partners

 
 
Disclaimer | site by 2Mpact