Blog - AEL heeft van de pers echt niet te klagen

AEL heeft van de pers echt niet te klagen
AEL-kopstukken Dyab Abou Jahjah en Ahmed Azzuz zijn dus vrijgesproken voor het oproepen tot relschoppen op 26 november 2002 in Antwerpen. Volgens het hof van beroep bestaat er geen lineair verband tussen de (weliswaar opruiende) woorden die Abou Jajhjah in het openbaar uitsprak, en de specifieke vernielingen van auto’s en panden dezelfde dag. Tot daar de (voorlopige) gerechtelijke afsluiter van de befaamde AEL-zaak.
Meteen kondigt Abou Jahjah een tegenoffensief aan. Alvast toenmalig premier Guy Verhofstadt, diens veiligheidsadviseur Brice De Ruyver en gewezen Antwerps burgemeester Leona Detiège mogen zich aan klachten verwachten. In essentie voerden zij een politiek proces tegen een eerbare beweging, heet het. Walter Zinzen drijft die redenering in De Standaard en Mediakritiek van gisteren, woensdag, nog verder door. Want ook de pers heeft boter op het hoofd, schrijft hij. Door veel te makkelijk mee te gaan in het politiek-gerechtelijk complot tegen Abou Jahjah & Co.
Het is niet de eerste keer dat Walter Zinzen ex-collega’s op de korrel neemt. En meteen ook de journalistenbond VVJ tot de orde roept. Van de VVJ wordt in het bijzonder verwacht dat ze “een publieke verklaring aflegt om namens het hele gilde een woord van excuus te prevelen”. Maar hoeft dat wel – en wel zo onmiddellijk? Kan het niet zijn dat de media hun werk juist heel behoorlijk hebben gedaan, ook al werd er bijwijlen dan eens ingegaan tegen de hoogstpersoonlijke gevoeligheden en opinies van Walter Zinzen en Abou Jahjah?
Eerder laakte Walter Zinzen ook al de berichtgeving rond de moord op Joe Van Holsbeeck (waarbij op zeker moment de toen nog niet geïdentificeerde daders als Marokkanen werden bestempeld) en de zaak-Lamine (genoemd naar de voor fraude en corruptie vervolgde Antwerpse politiecommissaris die op zijn beurt door het gerecht is vrijgesproken). Het is hoe dan ook jammer dat Zinzen die dossiers zo aan elkaar bindt. De verschillen ertussen zijn te belangrijk om er zomaar één forse veroordeling van de betrokken journalisten uit te distilleren. Vlak na de moord op Joe Van Holsbeeck bijvoorbeeld verklaarde niemand minder dan het Brusselse parket dat de daders in noordafrikaanse kringen werden gezocht. Verklaring die eerst door de media werd weergegeven om kort nadien, bij de aanhouding van de echte (Poolse) doders, kordaat te worden gecorrigeerd. De zaak-Lamine draaide rond een kluwen van min of meer (on)geoorloofde afwending van gemeenschapsgeld – via Visakaarten en anderszins – en had bijgevolg ook weer een heel eigen inhoud en dynamiek. Correcte analyses – zeker over complexe aangelegenheden – zijn niet gebaat met amalgamen, dat moet Walter Zinzen als voormalig journalist toch bij uitstek beseffen.
De essentie van zijn mediakritiek komt er op neer dat journalisten zich “keer op keer laten misbruiken” door malicieuze bronnen bij de politie of een parket. Ook in het AEL-dossier zou dat het geval zijn geweest. Maar kan men nog van ‘manipulatie door een gerechtelijke bron’ spreken als achtereenvolgens de Antwerpse politie, het Antwerpse parket, een raadkamer en de Antwerpse correctionele rechtbank tot de slotsom komen dat Abou Jahjah wél boter op het hoofd had die 26ste november 2002? Kan men wel van eenzijdige berichtgeving spreken als Dyab Abou Jahjah en Ahmed Azzuz zelf ten overvloede in de media de kans hebben gekregen om hùn verhaal te vertellen, om hùn versie van de feiten te geven? En was de berichtgeving over AEL dan zo gemanipuleerd en eenzijdig, als je ziet hoe royaal kranten en omroepen de voorbije dagen aandacht besteedden aan de vrijspraak van de AEL-kopstukken door het Antwerpse hof van beroep. Met prominente zendtijd en krantenaandacht voor de eigen reactie van Abou Jahjah daarbovenop.
De kritiek van Walter Zinzen op de ‘eenzijdigheid’ van journalisten in sommige dossiers krijgt op die manier zelf een eenzijdig karakter. Wat hem lijkt te storen, is dat er sowieso aandacht aan een bepaald nieuwsfeit – zelfs aan een bepaalde stellingname – wordt besteed. Over de aantijgingen tegen AEL hadden we eigenlijk met zijn allen beter gezwegen, althans tot op het moment dat het Antwerpse hof van beroep Abou Jahjah en Azzuz definitief witwaste. Zegge en schrijve zes jaar na datum. Bij wijze van alternatief hadden journalisten nog meer goodwill en aandacht voor de beweging kunnen en moeten tonen. Volgens Zinzen hadden journalisten van in het begin al brandhout moeten maken van de positie van de politieke en gerechtelijke autoriteiten.
Laat dit nu net ingaan tegen de roeping van elke rechtgeaarde journalist. Die vindt het nu eenmaal zijn rol om tijdig, onpartijdig en tegelijk kritisch te berichten over de dingen die gebeuren. Laat dit ook ingaan tegen de rechtspraak van het Europese Mensenrechtenhof, dat al lang geleden besliste dat nieuwsmedia het recht hebben om te berichten over lopende gerechtelijke dossiers – zij het op voorwaarde dat dit met het gepaste evenwicht en nuance gebeurt. Wat, zoals gezegd, in de AEL-affaire absoluut het geval is geweest.
Twee jaar geleden sprak de VVJ haar steun uit aan drie journalisten van Gazet van Antwerpen, die door de voormalige Antwerpse politiecommissaris Luc Lamine met enorme schadeclaims waren bedacht nadat Lamine buiten vervolging was gesteld voor dysfuncties en betwistbare uitgaven in zijn politiecorps. De VVJ beklemtoonde toen dat een krant en haar journalisten het recht hebben om vragen te stellen en stellingen te ontwikkelen. Luc Lamine trok hierop zijn schadeclaims in – een daad die hem enorm siert.
Het zou ook Walter Zinzen sieren om zijn oorlogsjargon aan het adres van zijn ex-collega’s even op te bergen. Missers daargelaten, doen ze hun werk over het algemeen zeer behoorlijk. Dat was en is ook in de AEL-zaak, de zaak-Lamine en het dossier-Van Holsbeeck het geval. Het alternatief is dat de media een soort van journalistiek correct denken wordt opgelegd waar niemand – en de burger nog het minst – mee is gebaat.
Pol Deltour
Nationaal secretaris journalistenbond VVJ/AVBB
Dit opiniestuk verscheen eerder in een gewijzigde vorm in De Standaard van 23 oktober 2008.


rss

















