Blog - Lotti versus Siffer (Story): Een boekje van eigen deeg

Lotti versus Siffer (Story): Een boekje van eigen deeg
Maar liefst drie pagina's trok De Standaard er in het weekend voor uit. De fatwa die het echtpaar Lotti afgelopen week afkondigde tegen 'de boekskes', werd daarmee opgekrikt tot belangwekkend nieuwsfeit en leverde meteen stof voor een debat over de tanende ethisch-deontologische praktijken binnen de boulevardpers. Zette de aanvaring tussen de Lotti's en de sensatiepers überhaubt de bakens uit voor een relevante discussie over de slabakkende journalistieke zeden?
Waarschuwing
Toen Tom Naegels enige tijd geleden de berichtgeving over de zelfdoding van zangeres Jasmine op de korrel nam, kwam de auteur en columnist met een drastisch voorstel op de proppen: "Geef de Raad voor Journalistiek de bevoegdheid journalisten voor enkele maanden te schorsen. (...) En voor de echt hardleersen, een grote banner op de voorpagina: 'Deze publicatie overtreedt de regels van de journalistieke deontologie. Ze heeft geen respect voor de privacy en kan leugens bevatten.' Zoals op de pakjes sigaretten."
Wat je zegt ben je zelf
Jelle Van Riet en Helmut Lotti zouden zich alvast niet verzetten tegen zo'n verplicht waarschuwingsetiket op sommige 'boekskes', zo bleek bij Phara.
In datzelfde programma mocht Thomas Siffer daarom de verdedigingslinie van 'zijn boekske' uitzetten en trok bij die gelegenheid dan maar meteen de hele kwaliteitspers mee in het kielzog van voorspelbare verwijten die zijn blad in dit soort debatten te verduren krijgt. Want alles wat Story in de showbizzbranche mismeestert, zo redeneerde Siffer, doen de kwaliteitsbladen minstens zo overtuigend op hun eigen terrein van politiek-maatschappelijk relevant nieuws. In retorische zin was deze variant op 'wat je zegt ben jezelf' een volstrekte draak, al begin ik enig begrip op te brengen voor het feit dat Siffer zich stilaan doodergert aan het feit dat het debat over wat er allemaal fout loopt in 'de media', telkens terugplooit op de journalistieke praktijken van de even verguisde als veelgelezen boekskes', waardoor de kwaliteitmedia buiten schot blijven.
Grensbewaking
De hoofdredacteur van Story werpt zich overigens regelmatig op als de sterkhouder van de journalistieke deontologie, niet alleen binnen zijn eigen branche, maar van de hele journalistieke beau monde. Hij ziet zichzelf daarbij blijkbaar nogal makkelijk als de referentiestandaard voor de journalistieke kwaliteitsnorm in Vlaanderen. Wat dat laatste betreft heeft de hoofdredacteur zelfs een punt om lucht te geven aan een zekere journalistieke frustratie. Want effectief, een blad als 'Story' zet wellicht meer de toon voor de algemene journalistieke tendenzen dan het zelf bevroedt. Dat de journalistiek in het algemeen meer opschuift in de richting van een blad als Story, dan omgekeerd, lijkt onmiskenbaar. Of Siffer daar prat op moet gaan is dan weer een ander punt.
Iedereen tevreden
Helmut Lotti mag Story dan al van zijn tourlijst hebben geschrapt en de hoofdredacteur mag dan al eens uitspraken van geïnterviewden prutsen "om ze af te zwakken" of "op advies van topmensen uit de journalistieke wereld" heimelijk toegezonden privé-foto's publiceren (verwijzend naar Patrick Lefevre en zijn nieuwe vriendin); Story zal echter "nooit een fotograaf op pad sturen om een privé-aspect van het leven van een bv bloot te leggen". "Ik steun Helmut en Jelle in hun kruistocht", schreef Siffer vorige week in De Morgen. "We moeten streng onszelf reguleren, de grenzen bewaken, de normen scherp houden." En effectief, zo te oordelen houdt Thomas Siffer er in zijn blad een bewonderingswaardige zelfdiscipline op na: "nooit rukken we zaken uit hun context", "nooit bellen we aan bij de buren", "élk interview wordt altijd nagelezen tot alle betrokken partijen tevreden zijn'"... Dat laatste is misschien nog wel het meest problematische aspect van een blad als Story, maar dit geheel terzijde.
Hypocriet
Los daarvan kan de inheemse high brow-journalistiek hier en daar blijkbaar nog een punt zuigen aan zoveel deontologische schroom, discipline en ingetogenheid die Story bij monde van de hoofdredacteur blijkbaar ten toon spreidt, al wordt de geloofwaardigheid van die gelofte van journalistieke ethiek, meteen flink besmeurd door bijvoorbeeld het aanbod dat diezelfde hoofdredacteur eind vorig jaar aan de lezers van De Standaard deed naar aanleiding van de publicatie in Knack van het privé-mailverkeer tussen twee VB-politici: ''Iemand geïnteresseerd in foto's van Morel en Vanhecke die samen in Rijsel terrasjes doen en wat shoppen? Ze liggen op mijn bureau. Op één foto showt Morel een sexy zwart jurkje aan Vanhecke." (DS, 27/11/2008). Daarmee sluipt er niet alleen een ongemakkelijke dubbelzinnigheid en hypocrisie in dit soort debatten, maar rijst tevens de onvermijdelijke vraag naar de uiteindelijke relevantie van de steeds terugkerende heisa en opstootjes rond de sensatiejournalistiek.
Perfect Gezin
Naast smeuïge controverses, worden 'de boekskes' immers vooral volgeprakt met public relations en schikken deze bladen zich wat graag in hun rol van showbizz-promoverhikels om lippendienst te bewijzen aan carrières van celebrities. Nina pakte 17 oktober nog uit met een cover van Kristel van K3 en Gene Thomas, met als melige kop 'Perfect gezin'. De commerciële baten van Story wegen voor de artiesten in kwestie ruimschoots op tegen de schade die het berokkent. Af te gaan op de vele compromitterende foto's, intieme mails, privé-sms'je en onthutsende feiten die Siffer, naar eigen zeggen, blijkbaar aan de lopende band ontvangt en niet wereldkundig maakt, wordt er in Story trouwens meer verhuld dan onthuld.
That's entertainment!
Siffer bekent het trouwens zelf met zoveel woorden: het entertainmentgehalve van zijn blad zit hem voor een groot stuk in de misleiding. Het belangrijkste argument daarbij: artiesten misleiden ook dat het een lieve lust is. Idem voor de kwaliteitsbladen, aldus de hoofdredacteur. Als die gewillige PR-journalistiek dan al eens verkeerd uitpakt, zit het er doorgaans voorspelbaar meestal bovenhands op en volgen snel de afgeknaagde controverses over het waarheidsserum binnen de showbizzartikels, waarbij slechts de namen van de BV's die het debat aanzwengelen telkens verschillen.
Bladen als Story en Dag Allemaal navigeren constant tussen het 'pleasen' van de celebrities en lokroep om de opwinding en sensatiehonger van de lezer te verzadigen. Een roddelblad hoort stevig te roddelen, zoals een kwaliteitsmedium, gedegen, kritische en onafhankelijke journalistiek hoort af te leveren. Met dat laatste is overigens niet gezegd dat sensatiejournalistiek niet op een kwaliteitsvolle manier kan worden bedreven. Volgens bepaalde criteria is Story ongetwijfeld ook een kwaliteitsblad en kan het gerust meedingen naar het epitheton van kwaliteitsmedium.
Miskenning
Het is daarom merkwaardig dat debat over de journalistieke zeden, zich steevast vastrijdt op de plek waar dat het minst relevant is, nl. de sensatie- en boulevardpers. Blijkbaar hebben de makers van die bladen zich nooit afgevraagd wie hen 'als bron van betrouwbare informatie en nieuwsgaring' ernstig neemt? Volstaat het niet dat Story ernstig wordt genomen in het verkopen van onernstige, verstrooiiende en misleidende journalistieke ongein en non-events? Het publiek weet het soort van berichtgeving doorgaans heus wel naar ontspannings- en onwaarheidsgehalte te schatten. Dat ontkennen zou een een schromelijke onderschatting en dus miskenning zijn van het lezerspubliek. Zodra Story en Dag Allemaal zich gaan bezinnen over hun gedegen, maatschappelijke informatieopdracht, moeten we ons pas echt zorgen beginnen maken. Door de discussie over deze boeg te gooien, meten de roddelbladen zich trouwens een status aan die ze niet bezitten en zelfs niet hoeven te claimen...
Positief
Sorry voor Story, maar dit oeverloos schijndebat heeft er meer baat bij om dringend te verhuizen naar de plek waar het er wel toe doet; de redacties waar relevant nieuws en kwaliteitsjournalistiek worden geproduceerd en waar het niet zou mogen gaan over wat mediagebruikers willen weten, dan wel wat ze (zouden) moéten weten? Een debat over censuur en zelfcensuur, politieke en commerciële druk, de uitholling van de redactionele autonomie, het overwicht van de PR-en lifestylejournalistiek, het uitschakelen van gezagsonvriendelijke journalisten, de teloorgang van de onderzoeksjournalistiek ... ik noem maar wat.
Wie mediakritiek ernstig neemt, beseft dat er nood is aan een debat met een hoger soortelijk gewicht dan het oeverloos, slaapverwekkend geëmmer over een foutief onderschrift bij een foto en het feit dat er dat 'journalistieke vergrijp' volgens Siffer ruim wordt gecompenseerd door "een berg positieve stukken"?
Verzuurd
Daar zodra het mediakritiek iets hoger mikt dan een haarstukje, rollen meteen de lange tenen uit en wordt elke kritische reflectie afgedaan als een 'verzuurde afrekening'. Een handigheidsargument, zo blijkt vaak, om vooral het confrontatie met de fundamentele mediakritische vraagstukken uit de weg te gaan, of zoals Radio 1-journalist Gilles De Coster het in De Morgen enkele weken geleden zo treffend verwoordde: "Kritiek op journalistiek werk, ook al is die gefundeerd en onderbouwd, krijgt gewoonlijk een bijtend, ontkennend antwoord."
The Guardian-journalist Nick Davies is in 'Flat Earth News' niet bepaald vriendelijk voor zijn eigen branche, wanneer hij onder meer stelt dat "journalistiek een wereldwijd gecorrumpeerd beroep is geworden" (en dan heeft hij het voor alle duidelijkheid niet over de sensatiejournalistiek), maar zijn boek werd complexloos door media wereldwijd gerecenseerd zonder dat er ook maar in een ernstige internationale bespreking het woord 'verzuring' opdook en de auteur ook maar één keer werd beticht van afrekeningen.
Pruikenvertoning
Jammer dus dat ook bij ons het debat over 'de verschuiving van de journalistieke grenzen' naar aanleiding van het echtpaar Lotti met de roddelbladen, zelden hoger mikt dan de toupet van Helmut en graag wordt verengd tot een probleem van de populaire bladen. Die pruikenvertoning in de roddelpers slijten als een hoogmis van journalistieke zelfreflectie was daarmee ruim overroepen.
Overigens zullen we de verklaring en de verantwoordelijkheid voor abominabele vertrouwen van 'de publieke opinie' in 'de media' niet bij Thomas Siffer en zijn blad moeten zoeken. Dat de roddelbladen vooral blijven entertainen. Ze doen dat doorgaans met verve. En af te leiden uit de vele verstrooiiende feiten en weetjes die ze op grote schaal achterhouden, kunnen ze dat misschien zelf nog een stuk beter.
Als het kan helpen: er zijn toonaangevende bedrijven, die hun kritische klanten betalen om hun kritiek met de onderneming te delen. Vaak gaat het om hoogbetrokken, ervaren gebruikers, die de motor vormen van verbetermanagement en innovatiebeleid. In het mediabedrijf lijkt dat veelal uitgesloten. De belangrijkste reden daarvoor blijkt bovendien too obvious: "We dig wherever we like - but not in our own back garden", aldus Nick Davies.
Auteur: dr. Frank Thevissen


rss

















